February 1, 2016

Nooit meer Auschwitz: een hoopvol verhaal

Door: Tilburg Cobbenhagen Center | Categorie: Re-Member

Vorige week, op woensdag 27 januari 2016, vond in Amsterdam de dertiende ‘Nooit Meer Auschwitz Lezing’ plaats. Een jaar eerder verdedigde Liesbeth Hoeven aan Tilburg University haar proefschrift ‘Een boek om in te wonen. De verhaalcultuur na Auschwitz’ (Uitgeverij Verloren, 2015). Voor het Tilburg Cobbenhagen Center beantwoordt zij de vraag wat haar lezing is van deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis.

.

.

.

.

- door Liesbeth Hoeven

In de roman De bibliothecaresse van Auschwitz tekent journalist Antonio Iturbe het waargebeurde verhaal op van Auschwitz overlevende Dita Dorachova. In het concentratiekamp beheert dit veertienjarige meisje een kleine bibliotheek. Deze bibliotheek bestaat uit ‘acht papieren boeken en een half dozijn levende boeken’. Met ‘levende boeken’ worden de mensen bedoeld die de inhoud van de boeken aan de kinderen vertellen; de verhalen die hen meevoeren naar een denkbeeldige wereld buiten het kamp. De roman van Iturbe laat zien dat de verhaalcultuur die bestond in aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog, minstens zo dynamisch was als de verhaalcultuur waarmee we de oorlog na afloop in herinnering bewaren. In de periode dat Europa na de machtsgreep van Hitler werd ingericht als dictatuur circuleerden er samenleving breed gelijktijdig twee typen verhalen, die ik ontleen aan de verhaaltheorie van de Amerikaanse filosofe Hilde Lindemann Nelson.

Master narrative en counterstories

De opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland bracht enerzijds een master narrative voort, dat over de landsgrenzen heen een culturele praktijk van onderdrukking genereerde. De heersende ideologie van dit totalitaire regime werd gepresenteerd als enige uitweg naar een betere toekomst. Men geloofde dat de utopie van het nazisme een revolutionaire omschakelijking zou betekenen naar een nieuwe tijd en een nieuwe mensheid. De strijd om het goede leven zou gewonnen worden, zo was de overtuiging, wanneer het kwaad zou worden uitgebannen. Tegenstanders werden tot buitenstaanders gemaakt en vervolgens vernietigd. Dit dualistische uitsluitingsmechanisme werd niet alleen door het geldende master narrative gelegitimeerd: aanhangers van het naziregime waren er stellig van overtuigd dat het scheppen van een nieuwe eenvormige gemeenschap de weg vooruit betekende.

Het bieden van weerstand aan de vernietigende ideologie van de nazi’s was slechts in zeer beperkte mate mogelijk, maar werd niet nagelaten. Het verzet kreeg op brede schaal vorm onder mensen die zich niet konden of wilden rekenen tot de eenheid van gelijkgestemden die de nazi’s voor ogen hadden. In reactie op het onderdrukkende master narrative ontstonden er in deze tijd anderzijds de zogenoemde counterstories. Deze verhalen boden een tegenstem aan de logica die de nazi-ideologie voortdreef en tot destructieve maatregelen voerde. De industrieel georganiseerde en miljoenvoudige moord werd echter uitgevoerd als een logistieke operatie, die alleen op microniveau tegenwerking duldde. Terwijl de oorlog voortwoedde was bevrijding van het onderdrukkende master narrative feitelijk onmogelijk. Slachtoffers van het naziregime waren van deze ongelijke en bij voorbaat verloren strijd doordrongen. Het weerhield menigeen er echter niet van de strijd om het goede leven, te midden van alle geweld en dood, te blijven voeren.

Wat de counterstories in oorlogstijd kortom typeerde, is dat zij braken met het dualistische uitsluitingsmechanisme dat aan het onderdrukkende master narrative ten grondslag lag. Zij stelden de tweedeling die de wereld en de mensheid in goed en kwaad verdeelden onder kritiek. Het verhaal van Anne Frank is hiervan bij uitstek een symbool geworden. Zij koesterde een onverwoestbaar geloof in een betere wereld en werd daarom na de oorlog een inspiratiebron voor velen. Haar protest wordt zichtbaar in het feit dat zij die in de ogen van de nazi’s tot het kwaad behoorde, zich de visie op het goede leven niet liet ontnemen. Haar verhaal dat het geloof in een betere wereld bewaarde, zou van betekenis zijn als de oorlog voorbij was. Als haar leven niet gered kon worden, zo was Annes inzet, dan zou zij minstens een bijdrage kunnen leveren aan de toekomst. Deze toekomst bleef voor haar en vele anderen uit, maar haar bijdrage heeft doorgewerkt.

Optimisme versus hoop

In de wetenschap dat de periode van vervolging uitliep op de Grote Vernietiging hebben de counterstories die de oorlogsslachtoffers de wereld in brachten een diep tragische betekenis gekregen. Datgene wat door de slachtoffers van het nazisme tijdens hun vervolging gemist werd, kreeg onder hen vorm als een toekomstig verlangen. Door de vernietiging die op de vervolging volgde, zou dit verlangen echter nooit worden vervuld. De idealen en ideeën die men na de oorlog in vrijheid wilde uitdragen en nader vormgeven, bleven niet ingeloste beloften. Deze tragiek van het niet-maakbare vooruitgangsgeloof van de oorlogsslachtoffers brengt ons in al zijn tegenstrijdigheid, zo meen ik, tot de kern van het begrip ‘hoop’.

Binnen een maakbaar vooruitgangsgeloof leeft men in de veronderstelling in het bezit te zijn van de vrijheid en de mogelijkheid om het leven en de toekomst naar eigen inzicht vorm te geven. Veranderingen die voorspoed beloven, worden niet alleen aangekondigd maar daadwerkelijk doorgevoerd in het hier en nu. Men denkt en handelt in berekenende toekomstperspectieven en is er stellig van overtuigd de wereld tot de beste van alle mogelijke werelden te maken. Dit ‘optimistische vooruitgangsgeloof’ ligt aan de basis van ideologieën als het nationaalsocialisme. De tragische gevolgen van dit maakbare geloof in vooruitgang zijn ons bekend. Een van de manieren om weerstand te beiden aan een vernietigend regime is het creëren van een niet-maakbaar geloof in vooruitgang. Dit geloof ontstaat bij mensen die van de heersende ideologie worden uitgesloten en veroordeeld zijn te leven in onderdrukking en marginalisering. Niet alleen de vrijheid om het leven naar eigen inzicht vorm te geven, is hun ontnomen, ook het recht op een toekomst wordt hun ontzegd. Van een optimistisch vooruitgangsgeloof kan in dit geval onmogelijk sprake zijn. Men blijft daarentegen hoopvol gestemd.

Als Dita Dorachova, in de roman van Iturbe, zichzelf hardop afvraagt hoe het met haar en de andere kinderen in het kamp zal aflopen, antwoord haar tante: ‘De nazi’s kunnen ons huis, onze bezittingen, onze kleren en zelfs ons haar van ons afnemen, maar onze hoop kunnen ze ons niet afnemen. Die is van ons. Die kunnen we niet verliezen’. Het ontbreekt de slachtoffers van een onderdrukkend regime aan een concreet toekomstperspectief, maar niet aan toekomstverwachting. Dat wat in het leven tot mislukken is gedoemd, in gebreke blijft of gemist wordt, wordt binnen een niet-maakbaar vooruitgangsgeloof uitgezet als een toekomstig verlangen. Veranderingen die het leven en de wereld beter kunnen maken, vormen een belofte die bewaard blijft voor de toekomstige generatie. De actuele uitspraak ‘Nooit meer Auschwitz’ is van deze hoop doordrongen.

Zie ook: A. Iturbe, De bibliothecaresse van Auschwitz, Amsterdam 2013, pp. 289-290/ 320-321 (oorspr. uitg. La Bibliothecaria de Auschwitz, Barcelona 2012).

Comments are closed.

Tilburg Cobbenhagen Center

Het Tilburg Cobbenhagen Center stimuleert het gesprek over onderwerpen waarin de identiteit en missie van Tilburg University – 'Understanding Society' – tot uitdrukking komen en onderzoekt de betekenis daarvan in de hedendaagse academische context en samenleving.

Hiertoe brengen we in 'Communities of Practice' praktijkbeoefenaars, bestuurders en wetenschappers samen, zoeken we aansluiting bij waardendebatten die in de samenleving spelen en formuleren we onderzoeksvragen die van maatschappelijke meerwaarde zijn.

Op dit weblog lees je vanaf 26 september 2016 - de dag dat onze geheel vernieuwde website wordt gelanceerd - wat medewerkers van het Tilburg Cobbenhagen Center en onze interne en externe samenwerkingspartners zoal bezig houdt!

www.tilburguniversity.edu/
cobbenhagencenter

Communities of Practice