Archive for

Religious Journalism



June 16, 2016

Achilleshiel van onze beschaving

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Frank Bosman

Omar Mateen, een gefrustreerde en boze Amerikaan vermoordde enkele dagen geleden vijftig mannen, zeer waarschijnlijk enkel en alleen omdat ze homoseksueel waren. Volgens Mateens vader en ex-vrouw was Omar op alles en iedereen boos: andersgelovigen, negers, vrouwen en vooral homo’s. Volgens de verhalen zou Omar geknakt zijn toen hij in Florida twee mannen openlijk op straat met elkaar zag zoenen.

De wereldwijde afschuw is een feit. De dolle actie van Mateen betekent, aldus commentatoren en opiniemakers, niet alleen de dood van vijftig bijna willekeurige mensen, maar tevens een aanval op onze vrijheid. De Portland Press Herald verwoordt het fraai:

Attacking these men and women in a place where they could feel free and be open about who they were was an attack on freedom and openness. It was an attack on American values.

Mateen viel, aldus deze krant, iedereen aan. Iedereen die open en eerlijk voor zijn geaardheid wil uitkomen. En iedereen die zijn of haar homoseksuele medemens hierin steunt. Het is, aldus de krant, een aanslag op de ‘Amerikaanse waarden’.

Nu denk ik zo maar dat niet elke Amerikaan fan is van openlijke homoseksualiteit. Ik herinner met nog goed dat de federale overheid van president Barack Obama in de clinch lag met diverse Amerikaanse staten over het wel of niet mogen huwen van mensen van gelijk geslacht. Dus of het hier om een ‘Amerikaanse waarde’ gaat weet ik niet, maar ik weet wel dat deze aanslag harder aankomt dan menig andere terreurdaad in binnen- of buitenland.

Homoseksualiteit is namelijk niet louter iets dat moet worden geaccepteerd, maar ook gerespecteerd en zelfs omarmd. De acceptatie en omarming van homoseksualiteit is een lakmoesproef geworden in onze Westerse beschaving. Wie ook maar het geringste voorbehoud maakt als het om de volstrekte gelijkschakeling van hetero- en homoseksualiteit gaat, wordt in feite gediskwalificeerd als serieus te nemen partner in het maatschappelijk debat.

Ik doe geen uitspraak of deze lakmoesproef terecht als zondanig functioneert, dat is voer voor een andere column. Ik meen echter wel vast te mogen stellen dat deze lakmoesproef tegelijk onze achilleshiel zal blijken te zijn. Wie expliciet homoseksuelen aanvalt, doet hiermee inderdaad een aanval op alles waarmee wij ons in het Westen identificeren. De vrijheid om zelf te bepalen wie je bent. De vrijheid om zelf te bepalen op wie je valt. De vrijheid om zelf te bepalen met wie je seks hebt. De vrijheid om zelf te bepalen met wie je gaat trouwen.

Mateen valt die vrijheden aan. Het protest tegen deze gruweldaad is meer dan terecht, maar laat tegelijkertijd zien waar ‘het Westen’ te raken is. Ik ben bang dat ‘Orlando’ slechts de voorbode is van meer geweld tegen homoseksuelen. De terroristen hebben onze achilleshiel gevonden, en zullen er geen enkel probleem mee hebben daar tot bloedens toe op te hakken.


May 13, 2016

Pinksteren: feest van verlichting

By Tilburg Cobbenhagen Center

Deze dagen vieren christenen wereldwijd het hoogfeest van Pinksteren, vijftig dagen na Pasen. De christelijke overlevering spreekt over Pinksteren als ‘het feest van de Geest’. Erg fraai natuurlijk, maar wat is de betekenis van een dergelijk feest in een samenleving die zijn christelijke veren in rap tempo aan het afschudden is? Cultuurtheoloog Frank Bosman legt uit.

- door Frank Bosman

Het verhaal

Eerst maar eens naar het Pinksterverhaal zelf. Volgens het verhaal zaten Jezus’ moeder en beste vrienden ergens in een achterafkamertje bij elkaar. Ze waren totaal gedesillusioneerd. Hun rabbi predikte een nieuwe religie van geloof, hoop en liefde. Hij zou Israël bevrijden van de buitenlandse (Romeinse) overheersing. En dat ging dus mooi niet door. De Romeinse heerser Pontius Pilatus had er geen probleem mee Jezus als de zoveelste opstandeling te executeren. Jezus’ vrienden stoven uiteen als een troep kippen, bang om hetzelfde lot te ondergaan. Bang, onzeker en vol schaamte zitten ze nu samen hun knopen te tellen. Sommigen fluisteren dat Jezus is verrezen uit de dood, sommigen melden zelfs verschijningen, maar de meesten weten nog niet precies wat ze moeten geloven.

In vuur en vlam

Op die 50e dag, zo wil het verhaal, steekt er in hun gemeenschappelijk verblijf een harde wind op. Het stormt in hun huis. En allemaal zien ze hetzelfde onverklaarbare verschijnsel: een groot vuur dat elk van hen aanraakt. Het vuur verbrandt hun huid niet, maar zet wel hun hoofd en hart in vuur en vlam. Weg is de boosheid, de angt en de onzekerheid. Ze stormen naar buiten en beginnen tegenover de stomverbaasde menigte buiten een vurig pleidooi af te steken. Over geloof tegen beter weten. Over hoop tegen de verdrukking in. Over een liefde die sterker is dan de dood.

Intrigerend detail aan het Pinksterverhaal is dat alle internationale touristen en pelgrims die in Jeruzalem zijn op dat moment, de woorden van Jezus’ vrienden “in hun eigen taal” konden verstaan: Grieken, Romeinen, Perzen, Egyptenaren, allemaal. Wellicht spraken de vrienden ‘gewoon’ Grieks, het Engels van die dagen. Of misschien ‘gewoon’ Hebreeuws, dat alle (Joodse) pelgrims konden verstaan. Of misschien ging het om meer dan woorden alleen. Christenen spreken over ‘de gave van de heilige Geest’, die mensen uit alle talen, rassen en naties met elkaar verbindt in het ene grote verhaal van de Gestorvene.

Life altering experience

Mooie praatjes, denk je dan misschien. Leuk verhaal, om aan kinderen voor te lezen. Weer eens iets anders als de sprookjes van Grimm of Harry Potter. Maar volgens mij is er meer aan de hand. Jezus’ leerlingen ontvingen op die ene dag een life altering experience. Ze werden verlicht, zou een Boeddhist zeggen. Ze werden wakker uit een nachtmerrie, zou een psycho-analyticus zeggen. Ze kregen dieper inzicht in de wereld, zou een wetenschapper mompelen.

Hoop

Dat is de appelerende boodschap van Pinksteren, ook voor onze tijd, of je nu wekelijks in de kerk zit of niet. Jezus’ boodschap van geloof, hoop en liefde. Geloof dat een betere wereld mogelijk is. De hoop dat die wereld ooit kan worden bereikt. En de liefde die ervoor zorgt dat je dit ideaal kan blijven vasthouden, dwars door oorlogen, vluchtelingenstromen en Panama Papers heen. Het geloof in een betere wereld drijft immers ook elke wetenschap, dat meer kennis van deze wereld goed is voor iedereen die erop leeft. De hoop dat die kennis onder handbereik ligt, met stapjes tegelijk te vergaren. En de liefde, die zorgt dat de vreugde van een wetenschapper om het vergroten van zijn kennis, altijd ten dienste staat van de gehele samenleving.

Niet voor niets wordt deze Geest aangeroepen aan het begin van elke academische zitting aan onze universiteit. Ik wens u een zalig Pinksteren.

Bron:

https://www.tilburguniversity.edu/nl/actueel/nieuws/bosman-pinksteren-feest-van-verlichting/


May 9, 2016

Gevangen Beschaving

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Frank Bosman

gevangenis

De kwaliteit van een samenleving wordt niet bepaald door de stand van de technologie, noch door het Bruto Nationaal Product. De mate van beschaving wordt niet afgemeten aan de internetsnelheid van de gemiddelde burger, noch aan de hoogte van de collectieve zorguitgaven. De kwaliteit van een samenleving wordt bepaald hoe wij omgaan met de gemarginaliseerden, de chronisch zieken, de armen, de daklozen, de migranten, de vluchtelingen en de gevangenen. De mate van beschaving wordt gemeten aan de hand van hoeveel vrijheid en geluk wij creëren voor de medemens die we eigenlijk afstotelijk vinden.

Het rommelt in de Belgische gevangenissen. Het personeel van de Waloonse gevangenissen staakt al twee weken. De gevangen worden door een gelegenheidscoalitie van politie, vrijwilligers en NGO’s in leven gehouden. Simpele zaken als douchen, bezoek, luchten en zelfs sommige maaltijden worden bijna een luxe. De regering probeer met 180 militairen het ergste leed te ledigen. Maar ook in Vlaanderen is het onrustig. In Merksplas kwamen 200 gevangen in opstand omdat ze meer inspraak in het gevangenisbeleid willen. De ravage was enorm.

Gevangenissen, het blijven rotdingen. Niemand wil ze eigenlijk hebben, maar hun noodzaak dringt zich op. Gevangenissen zijn nodig om veroordeelde misdadigers hun straf te laten uitzitten, om de maatschappij te beschermen tegen hun kwade plannen, én om hen ooit weer gerehabiliteerd te doen terugkeren in de gewone burgermaatschappij. Vooral dat derde is meer wensdenken dan realiteit, weten we uit talloze onderzoeken. Wie jaren ‘aan de andere kant’ heeft gewoond, kan slecht aarden in een maatschappij die hem niet meer kent en waar alle oude sociale netwerken verdwenen zijn.

Hoe je vervolgens met die veroordeelde criminele moet omgaan, is een blijvend probleem in onze samenleving. Enerzijds willen we hen humaan behandelen: voedsel, lichamelijke oefening, geestelijke verstrooiing, voorbereiding op terugkeer in de maatschappij, werk enzovoorts. Anderzijds is er een sterke maatschappelijke stroom die meent dat gevangenissen vooral ‘staatshotels’ zijn, en dat gevangenen blij mogen zijn dat we nog zoveel moeite voor hen doen. Voor sommigen die in vrijheid leven, is de pseudovrijheid van de luchtplaats nog teveel, is de spelcomputer om de dodelijke verveling te verdrijven nog teveel luxe. ‘Die heb ik thuis ook niet,’ zegt dan de boze burger. Maar jij kan de deur uit wanneer je dat wilt, hij niet.

De superioriteit van onze beschaving wordt niet bepaald aan deze kant van de gevangenismuur, aan de buitenkant, maar aan de andere kant, aan de binnenkant.


April 5, 2016

De nieuwe Hugo Ball

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Frank Bosman

Presentatie Hugo Ball_zpsqdnm3gry

Foto’s door Evelyne Verheggen / Mariëlle Bosman via frankbosman.wordpress.com

Afgelopen week presenteerden mijn collega Theo Salemink en ik een boek over Hugo Ball, de legendarische oprichter van Dada. Het was 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog, in het neutrale en relatief veilige Zwitserland. Ball en zijn medekunstenaars waren diep geschokt door de massaliteit en de gruwelijkheid van de ‘Grand Guerre’. En zij hielden de taal voor de hoofdschuldige, de taal van ambtenaren en politici die ‘als aan een tekentafel’ miljoenen mannen naar een zekere dood dirigeerde. De conventionele taal die van mensen dingen maakt, en van de oorlog een machine die van energie moet worden voorzien. Ball zag geen andere uitweg uit dan de conventionele taal kapot te slaan door het schrijven van zinloze klankgedichten. ‘Gadji beri bimba’, was het enige dat hij uit wist te brengen toen zijn medelandgenoten zag sneuvelen op de slagvelden.

Soms lijkt het erop alsof onze tijd ook een Hugo Ball nodig heeft. Een kunstenaar, ergens halverwege tussen waanzin en briljantheid, die de vanzelfsprekendheid van onze ambtelijke taal kapot slaat. Een kunstenaar die – als enige – durft uit te brullen dat de koningen, keizers en andere regeringshoofden van Europa geen nieuwe kleren aan hebben, maar in hun blote kont staan. Een kunstenaar die de individuele vluchtelingen een naam, een gezicht en een geschiedenis geeft, die nu achter een ondoorgrondelijke labyrinth van beleidstaal verborgen gaan. Wat mij het meeste opvalt in de hele discussie rond de massamigratie is de taal die gebruikt wordt, door alle partijen.

Het bureaucratische jargon verbergt de werkelijkheid en reduceert individuele mensen tot politiek-strategische belangen en motieven die naar eigen inzicht kunnen worden gemanipuleerd. De vluchtelingen ‘die een probleem’ vormen, betekent in normale-mensen-taal dat we ons niet meer kunnen voorstellen dat de oorlog in je achtertuin woedt, en je alles moet achterlaten om het vege lijf te redden. ‘Europa’ is een eufemisme voor nationale politici om hun eigen verantwoordelijkheden in de opvang van de vluchtelingen te kunnen afschuiven. En hoewel het woord ‘bestrijden’ in eerste instantie op de crisis lijkt te slaan, kost het zo goed als geen moeite om de focus naar de vluchtelingen zelf te verleggen, die dan ‘bestreden’ moeten worden. Als ware het ratten, of insecten of parasieten.

De nieuwe Ball is nog niet opgestaan. Of misschien is hij wel opgestaan, maar hebben we hem nog niet gezien. Misschien is het wel een Syrische vluchteling, zo’n ‘probleem’ waarmee ‘gedeald’ moet worden. Misschien schrijven we over 100 jaar wel een wetenschappelijk boek over deze ‘vreemdste van alle vreemdelingen’ die onder ons heeft gewoond, maar die wij nooit hebben opgemerkt. Misschien schrijven we wel in dat boek dat de Syrische vluchtelingen ons meer gegeven hebben dan wij ooit hadden kunnen vermoeden. Ze brengen ons niet wat we van ze verwachten: geen pest, geen ziekten, geen verkrachtingen, maar het zijn ook niet de goedkope arbeidskrachten om onze stagnerende economie vooruit te duwen. Nee, in dat boek zullen we schrijven dat we zo intens dankbaar zijn. Voor wat? Dat weet de toekomst. En die ene man, die nu nog niemand kent, die nieuwe Hugo Ball.


February 29, 2016

De wraak van Jeronimus Bosch

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Frank Bosman

Afgelopen weekend stortte de Pearl Opticien in de Bossche binnenstad in. Niemand weet nog precies waarom, maar tot een half uur van tevoren waren bouwvakkers bezig het pand klaar te maken voor een verbouwing. Als door een Godswonder zijn er geen gewonden te betreuren. Ook staan de aanpalende panden nog overeind, waaronder De Kleine Winst. De winkel verkoopt toeristische en religieuze pluralia, maar staat vooral bekend als de plek waar Jeronimus Bosch zijn atelier zou hebben gehad. Heilige grond dus voor de Bosschenaren.

Gelukkig kan Bosch zelf, die op zijn standbeeld op dezelfde Markt staat, de ravage niet aanschouwen: hij staat er met zijn rug naartoe. Toch fluisteren de vrome Bosschenaren onder elkaar dat Jeronimus er wel de hand in kan hebben gehad. Daar zijn verschillende redenen voor aan te geven. Ten eerste is daar de grote lichtshow die volgende week was gepland, over het leven van Bosch, geprojecteerd op precies deze huizenrij. Intrigerend detail: de show zou eindigen met de symbolische ineenstorting van precies de twee panden die nu tegen de vlakte liggen. Kan geen toeval zijn, zeggen de Bosschenaren dan. De tweede reden is dat de eigenaar van De Kleine Winst koppig blijft weigeren zijn pand open te stellen voor archeologisch onderzoek naar Jeronimus’ atelier. Jeronimus was een groot schilder, maar mikken is wellicht niet zijn beste kant.

Media all over the place

De media waren dit weekend all over the place. Natuurlijk Omroep Brabant was ter plaatse, maar zelfs het NOS journaal van 8 uur opende met de ravage. Burgemeester Rombouts werd geïnterviewd, net als de eigenaar van Pearle, en enkele bezorgde Bosschenaren die iets over de lange arm van Jeronimus mompelden. Zelf zat ik – als bijna-Bosschenaar – aan de buis gekluisterd. Maar ergens tijdens de persconferentie van de stoïcijnse burgervader overviel me een knagend gevoel.

In Den Bosch stort een oud pand in (1637 da’s best oud). Er vallen geen slachtoffers (gelukkig). Maar de hele nationale journaille is in rep en roer, en het Bossche leven valt even helemaal stil. Lichtshows worden uitgesteld. Dat kost miljoenen voor de organisatoren. Het Boschjaar heeft een serieuze klap gekregen. Allemaal waar. Maar in Syrië en Irak storten dagelijks tientallen huizen in. Door bommen geworpen door onze eigen vliegtuigen, en de vliegtuigen van onze internationale ‘partners’, van Amerika tot en met Rusland. En bij al die bombardementen op woonhuizen, Rode Kruis-ziekenhuizen, gebedshuizen en markthallen vallen gewonden, zwaar gewonden vaak, en doden. Heel veel doden.

Nieuwswaarde

Ik kon het contrast niet van me af zetten: die enorme mediabelangstelling voor een in elkaar stortend pandje zonder slachtoffers versus de enorme hoeveelheid slachtoffers (doden, gewonden, vluchtelingen) aan de andere kant van de wereld, waar een Derde Wereldoorlog zich langzaam lijkt te gaan ontrollen. Natuurlijk is dat best begrijpelijk, uit menselijk oogpunt. Nieuwswaarde = aantal slachtoffers x de omgekeerde afstand. Met andere woorden: de nieuwswaarde wordt bepaald door de gruwelijkheid van de ramp (afgerekend in doden en zwaargewonden) en de ‘dichtbijheid’ van de ramp. Zo is een treinramp met vijf doden in China minder nieuws dan een ontspoorde trein bij Dalfsen met ‘maar’ één dodelijk slachtoffer. Het woord ‘maar’ doet in deze context bizar aan, elke dode is er één teveel.

Maar toch, maar toch, het blijft een intrigerend ding, nieuwsselectie. De media hebben een zware verantwoordelijkheid om de wereld in hapklare brokken aan ons te presenteren. Informatie, duiding, analyse, opinie, het hoort er allemaal bij. En die brokken moeten niet te groot zijn, anders verslikken we ons erin. Ook kunnen we niet alle brokken tegelijk aan (en is papier en zendtijd beperkt), dus moet er voor ons gekozen worden. Journalisten bepalen die selectie: welke rampen krijgen we wel en niet te zien? En krijgen we alleen ‘slecht’ nieuws te zien, of lezen we ook over alles wat mooi en goed is in deze van oorlog verscheurde wereld?

Venter op de wereld

De professionaliteit van de journalist ligt op vele vlakken. Het nieuws moet zo objectief mogelijk gebracht worden (voor zover dat bestaat: objectief nieuws), van alle kanten belicht. Maar de grootste verantwoordelijkheid ligt wel bij de selectie van het nieuws. Journalisten kunnen bepalen wat wij wel en niet weten. Journalisten kunnen bepalen waarover aan de koffieautomaat en in de talkshows wordt gesproken. Journalisten bepalen voor een zeer belangrijk deel hoe wij over de werkelijkheid waarin wij leven, nadenken. Als geen enkele journalist een massaslachting in Nairobi meldt, bestaat die slachting niet voor ons. Wel voor de mensen zelf uiteraard, dat is juist deel van de dramatiek.

Jeroen Bosch is bekend geworden om zijn duivelse schilderijen: de binnenkant van de mens is ineens aan de buitenkant zichtbaar. Als we dan toch in een manipulerende Bosch moeten geloven, aan een briljante, heilige binnenste-buiten-keerder, misschien houdt hij ons dan wel een spiegel voor. Een gapend gat in de muil van de historische Bossche binnenstad verwijst dan over zichzelf heen, en van zichzelf af, naar de tandeloze onschuldigen aan de andere kant van de wereld.


January 13, 2016

David Lazarus Bowie

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Frank Bosman

Bowie is niet meer. Een van de grootste popidolen van de 20e overleed begin deze week aan de gevolgen van kanker. Vlak voor zijn dood maakte Bowie nog een studio-album, Blackstar, met daarop het nummer ‘Lazarus’. Volgens fans en critici wereldwijd bezingt Bowie in dit nummer zijn aanstaande dood, een indruk waaraan niet valt te ontkomen bij het zien van de bijbehorende videoclip. Bowie ligt in een ziekenhuis, kennelijk op zijn sterfbed, verband om zijn hoofd, met kralen als ogen. Identificeerde Bowie zich met de Bijbelse figuur van Lazarus? En zo ja, met welke van de twee Lazarussen dan?

Bowie is een spirituele zoeker. Boeddhisme, satanisme en christendom hadden achtereenvolgens zijn belangstelling, maar nergens kon hij zijn spirituele rust vinden. Toch was het Bowie die in 1992 tijdens de Freddie Mercury Tribute Concert for Aids Awareness, publiekelijk het Onze Vader bad, voor een publiek van 72.000 toeschouwers in het Wembley Stadion in Engeland. Niemand had dit verwacht, zelfs zijn bandleden niet. Bowie had het ook niet tijdens de repetities gebeden. Het lijkt op een spontane handeling van devotie. En de 72.00 toeschouwers van het stadium zijn muisstil.

In de clip ‘Lazarus’ vinden we een zichtbaar oude David Bowie. Hij ligt in een erg ouderwets ogend ziekenhuis, in bed, met een even gedateerd aandoend ziekenhuishemd. Hij houdt wanhopig de dekens in zijn handen. Zijn ogen zijn verdwenen achter een groot verband. En op de plaats van zijn ogen zijn kralen exemplaren geplakt. Onder het ziekenhuisbed houdt een vrouw zich verborgen. Ze tast voorzichtig naar boven, naar het lichaam van Bowie. Bowie probeert zich trillend op te richten terwijl hij zingt: Look up here, I’m in heaven / I’ve got scars that can’t be seen / I’ve got drama, can’t be stolen / Everybody knows me now.

Daarna staat hij recht op naast zijn bed. Bowie draagt nu een zwart doodskleed. Hij grijpt een vulpen en begint met veel pathos driftig te schrijven. De jonge vrouw onder het bed begint hem met haar vinger te wenken: kom dichterbij. En uiteindelijk, als het schrijven niet meer lijkt te lukken, wordt Bowie door een onzichtbare kracht ruglings een houten kast getrokken. Zijn kleding is nu een combinatie van het witte ziekenhuishemd en het zwarte doodskleed. En hij zingt: This way or no way / You know, I’ll be free / Just like that bluebird / Now ain’t that just like me.

Een eerste interpretatie dient zich ogenblikkelijk aan. Aan de ene kant treffen we een doodzieke Bowie aan, aan het einde van zijn krachten, opgegeven door de artsen, wachtend op het onvermijdelijke einde. Aan de andere kant zien we de manische artiest aan de gang, die tot op het allerlaatste moment wil doorgaan met scheppen, net zolang tot de dood hem definitief overmeesterd. De dood loert onder het ziekenhuisbed en tast naar haar prooi. Ze wenkt hem naderbij, zelfverzekerd dat ze zal krijgen waarvoor ze is gekomen.

Bowie kan de dood nog even weerstaan en pent nog snel enkele laatste woorden op papier. Wat Bowie schrijft is niet te lezen, maar het voelt in de context van Bowie’s naderende dood, alsof Bowie zijn testament aan het schrijven is, dat is, dit lied ‘Lazarus’ zelf. We horen Bowie’s testament, terwijl we naar het schrijven ervan kijken. Een schitterende gewaarwording.

De titel van het lied ‘Lazarus’ is in deze context natuurlijk ook veelzeggend. In eerste instantie valt dan te denken aan de bekendste nieuwtestamentische figuur met deze naam: Lazarus, de broer van Maria en Martha uit het Johannesevangelie (hoofdstuk 11). Lazarus is overleden, maar zijn zussen zijn er van overtuigd dat Jezus hem uit de dood kan doen opstaan. Als Jezus eindelijk bij het graf aankomt, is hij diepbedroefd en wekt Lazarus daadwerkelijk op. Met zijn doodskleren en –zwachtels komt Lazarus het graf uit. Bowie lijkt wel wat op deze Lazarus met zijn witte ziekenhuishemd en zwarte doodskleed. Toch voelt het scheef: Bowie is niet tot leven gewekt, zijn graf blijft dicht. En dat wist de oude rocker zelf ook wel.

Maar er is een andere kandidaat voor de titel van Bowie’s laatste nummer. In het Lucasevangelie (hoofdstuk 16) is ook sprake van een Lazarus. Nu gaat het om een bedelaar die aan de poort zit van het huis van een zeer rijke man. Op een gegeven moment sterven beiden, Lazarus en de rijke man. Lazarus wordt door de engelen naar Abrahams schoor gebracht (in de hemel), maar de rijke man daalt af naar het dodenrijk Hades. Dan ontspint zich een dialoog tussen de twee, waarbij de rijke vraagt om alsjeblieft terug te mogen keren naar de aarde om zijn familie te waarschuwen niet dezelfde fout te maken als hij deed. Dit wordt hem echter niet toegestaan.

Een vergelijking tussen de tweede Lazarus en Bowie is ook niet zonder problemen. Bowie mag dan best gehoopt hebben om in het hiernamaals gelukkig te worden, maar je kan toch niet zeggen dat de popster zijn leven in armoede heeft moeten slijten. Toch is de eerste regel van ‘Lazarus’: ik ben in de hemel. Net als de Luciaanse Lazarus.

Wat Bowie ook precies mag hebben geïnspireerd tot het schrijven van zijn lied en het schieten van de bijbehorende clip zal misschien altijd wel in raadselen gehuld blijven. Wellicht gaat het wel om een combinatie tussen de twee Bijbelse figuren. Bowie wilde wellicht – net als de ene Lazarus – opgewekt worden uit de dood, of zelfs aan de dood ontsnappen. Tegelijkertijd meldt Bowie zich over de grens van zijn eigen leven bij zijn fans: ik ben niet dood, ik ben in de hemel, net als de andere Lazarus. Hoe het ook zij: een facinerend stukje theologie in een niet alledaags lied.

Bowie, requiescat in pace.


December 16, 2015

Don’t kill the children! Politieke correctheid in videogames

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Frank Bosman

Politieke correctheid. Volgens Wikipedia ‘een term voor voorzichtig taalgebruik over onderwerpen die politiek gevoelig liggen, om belediging (van met name minderheden) te voorkomen.’ Southpark maakte de PC tot onderwerp van kritische reflectie in hun meest recente, 19e seizoen. Het Rijksmuseum vermijdt voortaan woorden als ‘negers’, ‘hottentotten’ en ‘eskimo’s’ in hun collectieomschrijving. Ikzelf schreef al eerder over politiek correct taalgebruik binnen de transgender-discussie, aangezwengeld door celebrity Caitlyn Jenner. En over Zwarte Piet zwijg ik gewoon.

Fallout 4: All Faith’s Chapel

PC vindt echter ook steeds beter zijn weg naar mainstream videogames. Ik geef graag drie voorbeelden van games uit 2015, die ik zelf recentelijk heb gespeeld: Fallout 4, Metal Gear Solid V: The Phantom Pain en Assassin’s Creed: Syndicate. Om met de eerste te beginnen. In Fallout 4 komt de gamer op een gegeven moment terecht in Diamond City, een van de weinige settlements die nog bestaan in de van radioactiviteit vergeven wastelands. In het midden van het dorpje vind je een kapelletje, waar pastor Clements de scepter zwaait.

Als je de pastor, gekleed in priesterboord en survival gear, vraagt wiens kapel dit is, zegt hij:

 ‘I suppose I should say this chapel really belongs to God. But since I never get around to deciding which God in particular, I guess you could say it belongs to all of them.’

Iedereen is vrij om zijn of haar God te aanbidden, zolang het maar in vrede gebeurt. Religieus pluralisten als John Hick zullen tevreden zijn over deze kapel: alle geloven broederlijk naast elkaar, de één niet beter dan de ander, precies zoals de PC voorschrijft.

Metal Gear Solid V: The Phantom Pain

Tweede voorbeeld van PC in videogames is Metal Gear Solid V: The Phantom Pain. In deze game speel je de redelijk meedogenloze huursoldaat Snake. De game is navenant gewelddadig, hoewel je ook voor een een stealth-aanpak kan kiezen. In ieder geval: seks, drug, alcohol, sigaren, rondvliegende lichaamsdelen, gedetailleerde martelingen, en doorgesneden kelen vliegen over je scherm. Je kan alles en iedereen afslachten in de game, behalve als je bij een groep Afrikaanse kindsoldaten aankomt.

De kinderen gedragen zich als minivolwassenen, en zullen niet schromen je neer te schieten of te steken als ze jou eerder zien dan jij hen. Ze terroriseren de buurt en handhaven een keiharde interne pikorde. Maar je kan ze niet neerschieten. Je kan alles en iedereen neerschieten, maar geen kinderen. Als je het (per ongeluk of expres) toch doet, faalt de missie die je aan het uitvoeren bent. Alle gruwelijkheden die je kan bedenken, komen voorbij in de game, maar de PC schrijft kennelijk voor dat kinderen de uitzondering vormen. Kennelijk vormt het neerschieten van kinderen een soort laatste taboe in onze gewelddadige vermaaksindustrie.

Assassin’s Creed: Syndicate

Laatste voorbeeld: Assassin’s Creed: Syndicate, de jongste loot aan een succesvolle serie over (van oorsprong islamitische) Assassijnen en (van oorsprong christelijke) Tempeliers die elkaar op leven en dood bevechten. Moslims en christenen die elkaar bevechten, dat is genoeg om elke PC-aanhanger in grote paniek te brengen, zeker als de historische achtergrond die van de kruistochten is (zoals het geval in deel 1 van de serie uit 2007). Alle AC-games hebben dan ook dezelfde visuele disclaimer voor het spel opstart:

assassins-creed-syndicate-et-al

‘Inspired by historical events and characters. This work of fiction was designed, developed and produced by a multicultural team of various religious faiths and beliefs.’

Let op de ingrediënten: multicultureel team met verschillende religieuze overtuigingen. Misschien inderdaad niet onverstandig in een dergelijke game, hoewel vanaf deel 3 (2012) het historisch conflict tussen moslims en christenen verdwenen uit de serie. Des te opvallender was dat met Syndicate een nieuwe visuele disclaimer werd geïntroduceerd:

ac-syndicate_zps90brbe87

‘Inspired by historical events and characters, this work of fiction was designed, developed and produced by a multicultural team of various beliefs, sexual orientations and gender identities.’

Het culturele en religieuze pluralisme zijn gebleven, maar hebben gezelschap gekregen van ‘seksuele oriëntaties’ en ‘genderidentificaties’. Religieus pluralisme blijft belangrijk, en dat is zeker te verklaren uit de geschiedenis van de game serie, maar hoger op de prioriteitenlijst van de PC staan op dit moment andere zaken: de absolute vrijheid van het autonome individu om zijn of haar seksuele voorkeur in praktijk te brengen, en eenzelfde vrijheid om zich te identificeren met zijn of haar ‘echte’ geslacht in plaats van het geslacht waarmee hij of zij mee geboren is.

Waar het mij niet om gaat, is hier een discussie te openen over religieus pluralisme, het taboe op het vermoorden van digitale kinderen of het recht op een eigen genderidentificatie. Waar het mij wel om gaat, is om te laten zien dat ook games wel degelijk rekening houden met wat op dit moment als politiek correct wordt beschouwd. Games zijn hiermee een interessante afspiegeling van de impliciete, collectieve normen en waarden van de gemeenschap waarbinnen ze gespeeld worden.

De vraag die overblijft: wie bepaalt eigenlijk wat politiek correct is en wat niet? Niet de meerderheid van de burgers, anders hadden we nooit een zwartepietendiscussie gehad. Ook niet de politiek, die volgt de PC meer dan dat ze die creëren. Ook de games volgen een PC die al bestaat. Volgens mij wordt de PC bepaald door een vaag gedefinieerde en fluïde groep van opiniemakers, kunstenaars, journalisten en (mens)wetenschappers. Zij bepalen hoe de ideale, beschaafde mens er in Nederland hoort uit te zien. En wie daar niet aan voldoet, wordt gediskwalificeerd als serieus te nemen gesprekspartner. En dan slaat PC om in het omgekeerde van wat het zegt te beogen: uitsluiting in plaats van insluiting.


October 29, 2015

Avé Maria: Maria in videogames

By Tilburg Cobbenhagen Center

- Door Frank Bosman

Muziek speelt een belangrijke rol in films en videogames. Muziek is in staat om de kijker/gamer in een oogwenk in een bepaalde gemoedstoestand te brengen, sneller dan duizenden woorden of beelden. Het klassieke (vaak religieuze) repertoire van Mozart, Wagner en Verdi vormt een aangename bron voor game-ontwikkelaars. Er zit geen copyright op en de melodieën zitten zo diep in ons collectief geheugen dat ze direct hun emotionele uitwerking hebben.

Huurmoordenaar
In de serie Hitman (2000-2015) kruipt de speler in de huid van een superhuurmoordenaar met de codenaam ‘47’. Kernelement van het spel is dat ‘47’ allerlei moordmissies moet uitvoeren, het liefst zonder ook maar één keer gezien te worden. Het maakt de Hitman serie, samen andere series als Assassin’s Creed en Metal Gear Solid, tot een van de bekendste stealth games ter wereld. Hoewel 47’s vaak van alliantie wisselt, blijft zijn belangrijkste modus operandi dezelfde: onzichtbaar mensen vermoorden.

Bloedgeld
In Blood Money (2006), de vierde game in de serie, wordt je tijdens het openingsscherm (en tijdens enkele andere scènes in de game) geconfronteerd met een wel heel bekend liedje: het Avé Maria van Franz Schubert uit 1825.

Absolutie
De schoonheid van de ijle stem, de associatie met de ‘reine maagd’ Maria en de harmonie van compositie staat in schril contrast met de wreedheid van 47’s werk als ’s werelds beste hitman. Precies hetzelfde gebeurt in de vijfde game van de serie, Absolution (2012). Ook hier weerklinkt het Avé Maria bij voorkeur als de kogels door de lucht vliegen en hun doel treffen, extra goed zichtbaar gemaakt door de tijdvertragingstechniek die in de game wereld bekend staat als bullet time.

De link tussen het geweld van Hitman contrasteert sterk met de schoonheid en de religiositeit van de tekst van het Avé Maria, maar lijkt verder inhoudelijk niet veel om het lijf te hebben. Dat is niet helemaal waar. In Absolution (‘vergeving’ of ‘absolutie’, een woord met een duidelijke religieuze betekenis, zeker in het Engels) komt de gamer in de huid van 47 bij een ondergrondse kamer.

Vermisten
De wanden van de kamer zijn gevuld met wanted posters, en dan gaat het niet misdadigers uit het oude Wilde Westen, maar om vermiste vrouwen, mannen en kinderen. Achter elke poster, en het zijn er honderden, gaat een wereld van ellende en rouw schuil. Wat er met de vermisten gebeurd is, wordt niet duidelijk in het verloop van de game, maar het vereist weinig inlevingsvermogen om te bedenken dat 47 en zijn leger van anonieme collega-misdadigers mede achter deze golf van verdwijningen zit.

De confrontatie, die zowel op het niveau van de protagonist als op het niveau van de gamer zelf zit, is een heftige: besef(t) hij/jij wel wat hij/jij aanricht met je acties? Waarschijnlijk niet namelijk. De gamer probeert zijn spel uit te spelen waarbij alle middelen geoorloofd zijn, die de makers van de game aanreiken. En 47 heeft eigenlijk ook niet veel tijd om na te denken over zijn way of life: daarvoor wordt hij teveel opgejaagd. Maar toch is er een breuk.

Moeder van de vermisten
In dezelfde ondergrondse kamer met de wanted-posters staat namelijk een levensgroot Mariabeeld: gevouwen handen, hoofd iets opzij gebogen, klein kruisbeeld in haar armen, blauw-witte mantel. Maria moeder Gods wordt in de r.k.-traditie vaak aangesproken met haar titel ‘troosteres der bedroeften’. In Absolution lijkt ze een verwante titel te krijgen: moeder van de vermisten.

Ik weet niet hoe het met andere gamers gaat (je komt er bovendien niet per se langs in de game), maar ikzelf heb wel enkele minuten naar het scherm gestaard. En deze korte contemplatie leidde er bij mij toe dat ik mijn toch al redelijk humane speelstijl tot het maximale probeerde op te rekken. De Hitman series stimuleren de speler namelijk wel tot stealth, maar niet per se tot een bepaalde mate van geweldloosheid. Of je ‘lastige personen’ nu bewusteloos mept en in een kast verbergt, of dat je ze doodt met een pianosnaar en in de zee dumpt, dat maakt voor de uitkomst van het spel niet uit.

Introspectie
Het opzienbarende is dat ik als speler door de scène met Maria, moeder van de vermisten, merkte dat 47 zichzelf ook steeds meer vragen begon te stellen. 47 is geen prater, meer een doener, een man van daden en niet van woorden. Maar lichaamstaal doet ook een heleboel. Ik weet niet zeker of het om mij, nu gekleurde, perceptie ging of om een feature in de game zelf, maar de 47 aan het einde van Absolution lijkt me kwetsbaarder en introspectiever dan de moordmachine van Blood Money en daarvoor. 47 lijkt inderdaad te snakken naar ‘absolutie’ van zijn ontelbare zonden, maar hij lijkt niet goed te weten hoe hij dat moet doen of bij wie hij daarvoor terecht kan. God is afwezig in de game wereld van de Hitman series, maar Maria dus niet.

De combinatie tussen het serene Avé Maria en de gewelddadige scènes uit Absolution wekt nog steeds een krachtig contrast op, waarbij beide polen versterkt worden. Maar door het invlechten van de allusie naar de christelijke beeltenis van Maria moeder Gods kwam bijna onmerkbaar een kritische reflectie in de game zelf opgang, eerst bij de gamer in kwestie, maar daarna (en/of daardoor) ook bij de figuur van de hitman zelf.

Reboot
In 2016 komt het zesde deel van de serie uit, aan de titel te zien een zogenaamde reboot, een nieuwe start van de serie. Het deel gaat eenvoudig Hitman heten. Ik ben benieuwd of de subtiele reflectie die Absolution bracht, in dit nieuwe deel verder wordt uitgewerkt. Het zal het spel een nieuwe betekenislaag geven die door veel gamers ongetwijfeld erg gewaardeerd zal worden. In ieder geval door mijzelf zeker.

Happy gaming!


October 1, 2015

Voor God spelen?

By Tilburg Cobbenhagen Center

- Door Frank Bosman

Machu_Man

Afgelopen week was ik op het tweejaarlijks congres van de European Society for Catholic Theology in Leuven. Zo’n tweehonderd katholieke theologen uit heel Europa waren vertegenwoordigd, waaronder Marcel Sarot, Harm Goris, Karim Schellekens en ondergetekende. Onderwerp van de conferentie was ‘de ziel van de theologie’, waarmee de H. Schrift werd bedoeld. Tijdens een van de seminars gaf ik een presentatie van mijn paper getiteld ‘Playing the Demiurge’, over de schepper/god in het videogame genre van de ‘god-games’.

‘God-games’ zijn spellen als Godus (2013) en de Black & White serie (vanaf 2001). In ‘god-games’ neemt de player de rol aan van een godheid: almachtig en onsterfelijk gaat hij of zij zijn goddelijke gang met de speelwereld en de mensen en dieren die erin wonen. Als godheid mag je zelf weten hoe het respect en de aanbidding van je volgelingen verkrijgt: je kanhet opeisen door natuurrampen over je volk af te roepen, of je kan het verdienen door hen juist te beschermen tegen honger en dood.

Volgens Heidi Campbell (Playing with Religion in Digital Games, 2014) verschillen de de god-games op die manieren van traditionele video games: (1) de speler is almachtig en onsterfelijk, (2) ze roepen associaties op met de religieuze notie van de almachtige godheid, en (3) ze veroorzaken een specifiek gevoel bij de spelers, namelijk dat van absolute macht. Het is prettig om een god-game te spelen omdat je nu eens niet voor je leven hoeft te rennen, je health in de gaten moet houden of moet proberen de zoveelste physics puzzle op te lossen. Je kan gewoon gaan: falen is eigenlijk onmogelijk. (Misschien dat ik daarom persoonlijk dit genre een beetje saai vind.)

MeteorStrikeTheologisch gezien valt er echter nog wel één en ander op te merken over deze god-games. Ik noem er een paar. (1) Volgens Noreen Herzfeld (Terminator or Super Mario, 2015) leveren de god-games zelfzuchtige gamers op, die vooral bezig zijn met hun eigen perfectie en machtswellust. (2) De godheid van de god-games is wel erg afhankelijk van zijn gelovigen: zonder hun aanbidding en eerbied kan de speler niet zoveel beginnen. (3) De wereld van de god-games is amoreel en totaal onvoorspelbaar: de natuurwetten hangen immers af van de luimen van de godheid (de speler).

Maar het belangrijkste kritiekpunt geldt de naam van het genre zelf. De speler van de god-game is namelijk geen god, zelfs geen godheid, maar eerder een soort technologische demiurg in de traditie van Plato. Almacht en onsterfelijkheid worden wel gesuggereerd, maar niet waargemaakt. Als je het spel stopt, is er niets meer van over. Bovendien ben je als speler/godheid niet de schepper van de wereld waarin je speelt. Die heb je gekregen van de makers van het spel. Jouw goddelijke acties worden dus begrensd door de specificaties van makers. Hetzelfde kan natuurlijk gezegd worden over de game makers. Ook hun schepping was niet ex nihilo, maar gevormd uit een combinatie van al eerder bestaande bestanddelen: bits, bytes, concepten en beelden.

Als je voor god wilt spelen, kan je best Godus opstarten. Maar een god zijn? Dat is toch andere koek.

Noot: de afbeeldingen in deze post zijn afkomstig uit het 22cans perspakket voor het spel ‘Godus’.

Tilburg Cobbenhagen Center

Het Tilburg Cobbenhagen Center stimuleert het gesprek over onderwerpen waarin de identiteit en missie van Tilburg University – 'Understanding Society' – tot uitdrukking komen en onderzoekt de betekenis daarvan in de hedendaagse academische context en samenleving.

Hiertoe brengen we in 'Communities of Practice' praktijkbeoefenaars, bestuurders en wetenschappers samen, zoeken we aansluiting bij waardendebatten die in de samenleving spelen en formuleren we onderzoeksvragen die van maatschappelijke meerwaarde zijn.

Op dit weblog lees je vanaf 26 september 2016 - de dag dat onze geheel vernieuwde website wordt gelanceerd - wat medewerkers van het Tilburg Cobbenhagen Center en onze interne en externe samenwerkingspartners zoal bezig houdt!

www.tilburguniversity.edu/
cobbenhagencenter

Communities of Practice