Archive for

Re-Member



October 6, 2016

Post uit de vergetelheid

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Annika Werkman

Nu de Tweede Wereldoorlog al meer dan 70 jaar geleden is zijn er steeds minder mensen die over hun herinneringen aan de oorlog kunnen vertellen. Nieuwe generaties hebben geen eigen ervaringen met de dilemma’s, onderdrukking, en angst van toen. De vraag rijst daarom hoe de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend gehouden kan worden, hoe een brug geslagen kan worden tussen het heden en het verleden. Een oplossing is om de persoonlijke verhalen van eerste generatie ooggetuigen door te blijven geven, alleen dan via nieuwe media. De tentoonstelling ‘Waarom schrijf je me niet’- post uit de vergetelheid, is een voorbeeld van een project waarbij oude verhalen via nieuwe media worden doorgegeven aan volgende generaties.

De verhalen

De verhalen uit de tentoonstelling zijn grotendeels gebaseerd op briefwisselingen van drie hoofdpersonen, namelijk Wanda Verduin, Jules Schelvis en Nico Peeters. Wanda Verduin was een joods pubermeisje waarvan het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog steeds meer werd ingeperkt door de anti-joodse maatregelen. Uiteindelijk werd ze gedeporteerd en overleed zij in Auschwitz. Jules Schelvis was een joodse man die in meerdere concentratiekampen gevangen heeft gezeten en zwaar werk heeft moeten doen. Hij verloor zijn vrouw en veel familie maar heeft de oorlog zelf overleefd. Nico Peeters werkte voor het verzet en schreef onder andere voor de verzetskrant De Waarheid. Hij overleedin Dachau aan tyfus.

De tentoonstelling

De verhalen van de drie hoofdpersonen worden in de reizende tentoonstelling aan de hand van foto’s en fragementen uit hun brieven en dagboeken verteld. Tevens wordt hun persoonlijke verhaal voorzien van context. De bezoeker van de tentoonstelling leert bijvoorbeeld meer over concentratiekampen in het algemeen en over het euthanasie-programma waar de zieken, ouderen en gehandicapten slachtoffer van werden. In de tentoonstelling zijn ook drie filmpjes verwerkt waarin familie van de hoofdpersoon, of de hoofdpersoon zelf, en een verteller aan het woord komen. Jules Schelvis vertelt zelf over zijn belevenissen en wordt afgewisseld met journaliste Natascha van Weezel die zijn ervaringen interpreteert. Over Wanda Verduin wordt verteld door haar broer Ernst Verduin en de zangeres Karsu Dönmez. Nico Peeters wordt besproken door zijn dochter Tonny Peeters en journalist Ad van Liempt. De vertellers nemen het publiek bij de hand bij het proberen te begrijpen van deze geschiedenis.

Brug tussen het verleden en het heden

De filmpjes kunnen, als nieuwe media en door de interpretatie van het verleden door Natascha, Karsu en Ad, worden gezien als een brug tussen het heden en het verleden. Daarnaast zijn ook de thema’s die aan de hand van de briefwisselingen worden besproken, zoals ‘communicatie’, ‘identiteit’, en ‘privacy’, vandaag de dag net zo belangrijk als toen. Door een verwijzing naar Amnesty International wordt duidelijk gemaakt dat ook vandaag censuur bestaat en niet iedereen de vrijheid heeft om te communiceren. Daarnaast wordt duidelijk dat privacy niet vanzelfsprekend is en internet een medium is waar je bewust mee om moet gaan. Jules Schelvis vertelt bijvoorbeeld dat hij geen facebook heeft omdat hij niet wil dat iedereen alles van hem weet, in de oorlog was dat namelijk gevaarlijk. Om bezoekers aan het nadenken te zetten kunnen zij prikkelende vragen over bovengenoemde thema’s beantwoorden in een stemhokje aan het einde van de tentoonstelling.

Educatie

In het educatiemateriaal van de tentoonstelling worden leerlingen uitgedaagd de brieven van de hoofdpersonen te interpreteren, meer achtergrond informatie te verzamelen en zelf iets te schrijven aan de hoofdpersonen of een vraag te stellen aan één van de vertellers. Ook worden ze gevraagd informatie op te zoeken op de website van de tentoonstelling met behulp van QR codes en berichtjes en foto’s te versturen. De leerlingen leren daarom niet alleen over het verleden door de post van de drie hoofdpersonen maar worden door zelf brieven te schrijven, vragen te stellen en verschillende media te gebruiken aan het denken gezet over vrije communicatie en privacy toen en nu.

Annika Werkman studeerde geschiedenis en Engels aan de Universiteit Utrecht. Momenteel rondt zij haar onderzoeksmaster Comparative Literary Studies af waarmee zij zich, mede door haar stage bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei, in de Nederlandse herinneringscultuur van de Tweede Wereldoorlog specialiseert. Zij is betrokken bij de community ‘Re-Member’ van het Tilburg Cobbenhagen Center.

Category: Re-Member

September 23, 2016

But I made lemonade!

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Wessel Kouw

In het najaar van 2015 deelde het Tilburg Cobbenhagen Center ‘vrijheidskaartjes’ uit op de campus van Tilburg University. Medewerkers en studenten konden antwoord geven op de vraag ‘Wat betekent vrijheid voor jou?’. Destijds was ik nog geen onderdeel van het TCC-team, maar toen ik in maart 2016 betrokken raakte bij het project Vrijheid Doorgeven kreeg ook ik zo’n kaartje onder m’n neus geschoven. Inmiddels, ruim 5 maanden later, staat er nog niets op het kaartje geschreven. Te veel associaties met het woord vrijheid maken het moeilijk om tot een concrete definitie te komen. De vraag houdt me nog steeds bezig, vooral omdat ik overal om me heen, in verschillende contexten, het begrip vrijheid weer zie opduiken. Een korte reis door de afgelopen 5 maanden…

Deborah Stone

Als onderdeel van mijn bachelor Communicatie- en Informatiewetenschappen (CIW) aan Tilburg University volgde ik een minor Bestuurs- en organisatiewepenschap aan de Universiteit Utrecht. Daar leerde ik over de vier doelen van beleid die Deborah Stone definieert in haar boek ‘Policy Paradox. The art of political Decision Making’: gelijkheid, efficiëntie, vrijheid en veiligheid. Vrijheid wordt door Stone grofweg omschreven als ‘kunnen doen en laten wat je wil, zonder dat je daarbij een ander schaadt’. Ik ben geen Hazes-fan, maar al vrij snel legde ik hier een verband met het nummer ‘Ik leef mijn eigen leven’ waarin Hazes zingt: ‘Ik leef m’n leven zoals ik dat wil, ik bemoei me toch ook niet met een ander’, maar dat ter zijde. De definitie van Stone is te herleiden tot de Engelse filosoof, econoom en politicus John Stuart Mill (1806-1873), die in zijn boek ‘On Liberty’ het schadebeginsel bespreekt. Een uitgebreide uiteenzetting over verschillende filosofische definities van vrijheid valt buiten de scope van deze blog, maar de reden dat deze definitie niet direct de definitie voor op mijn kaartje werd is dat het schadebeginsel mij iets te vaag is. Wanneer schaad je iemand anders? Doen we dat niet elke dag in kleine beetjes? En speelt hierbij niet nog een rol of je het opzettelijk, per ongeluk, bewust of onbewust doet? Nog even verder zoeken dus…

Peter van der Vorst

Aan het einde van een van de afleveringen van ‘Mijn leven in puin’ (RTL 4) hoorde ik een van de deelnemers zeggen dat ze zich bevrijdt voelde van alle spullen om haar heen. In het programma gaat een team van experts aan de slag met mensen die last hebben van verzamelwoede. Het hoogtepunt van het programma is het moment waarop de persoon ik kwestie zijn of haar volledig leeggehaalde huis voor het eerst terugziet. Het probleem is daarmee niet opgelost, want de overvolle huizen zijn meestal het gevolg van psychologische problemen. Een team van psychologen gaat daarom aan de slag om ook hier een oplossing voor te vinden.

Wat heeft dit alles nu met de definitie van vrijheid te maken? Het feit dat de vrouw in deze aflevering het had over een gevoel van bevrijding deed me realiseren dat het tegenbeeld van vrijheid niet alleen een kwestie van politieke onderdrukking is. We kunnen als individu ook zelf onze eigen vrijheid beperken: de wereld die we om ons heen creëren maar psychologische en fysieke factoren leggen beperkingen op aan onze vrijheid. Als we dit afzetten tegen het schadebeginsel, mogen we alleen anderen niet schaden met ons handelen of moeten we ook het individu (ons zelf) opnemen in de interpretatie van deze definitie?

Beyoncé

In april lanceerde Beyoncé haar nieuwste album ‘Lemonade’. Een van de nummers die meteen een hit werd is de track ‘Freedom’. Op internet worden flinke discussies gevoerd over waar de tekst nu eigenlijk over gaat, maar de grote lijnen zijn duidelijk: er zijn verschillende krachten in werking die Beyonce haar vrijheid beperken. De moraal van de songtekst is dat Beyonce sterk genoeg is om de krachten te overwinnen. De tekst staat vol van metaforen die de vrijheid beperkende invloeden beschrijven als natuurkrachten: ‘Tryna rain on the thunder, tell the storm I’m new’. Als deze natuurkrachten echt bestaan, bestaat er dan wel zoiets als absolute vrijheid? Denk aan de vele natuurrampen die we vandaag de dag op het nieuws zien: kun je spreken over ‘doen en laten wat je wil’ als je niet eens de deur uit kan? Zelfs als alle mensen elkaars vrijheid volledig mogelijk zouden maken, leefden we dan in absolute vrijheid?

Hoe ik deze bevindingen ga verwerken in een definitie van vrijheid weet ik nog niet. Deze zoektocht lijkt een beetje een kritische, misschien wel cynische ondertoon te krijgen. Dat is echter niet de conclusie waarmee ik wil eindigen, want ondanks alle manieren waarop vrijheid beperkt kan worden: we hebben als mensen de mogelijkheid om, ondanks de gegeven omstandigheden, het beste van onze situatie te maken. Beyoncé deelt dit motto en gebruikt er de volgende woorden voor: ‘I was served lemons, but I made lemonade!’.

Category: Re-Member

September 23, 2016

Open Joodse Huizen

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Annika Werkman

Terwijl ik de wereldwinkel in Gouda binnenstap wordt ik gelijk vriendelijk begroet. Ik ben daar niet om iets te kopen, maar om een herdenking van Open Joodse Huizen bij te wonen. Ik neem plaats op één van de stoelen die in rijen zijn opgesteld in het midden van de winkel. Om half elf staat de winkel vol met bezoekers en kan de herdenking beginnen. De namen van de twee families die hier hebben gewoond worden voorgelezen en met behulp van foto’s wordt hun levensverhaal verteld. De luisteraars vernemen dat de vader slager was en de winkel vroeger een slagerij, leren meer over de joodse gemeenschap in Gouda en de toenemende onderdrukking van de joden tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog tot de joodse families werden gedeporteerd en vermoord. Iedereen is stil en denkt aan hen.

Rond 4 mei vinden sinds 2012 elk jaar herdenkingen in Open Joodse Huizen plaats. Tijdens deze bijeenkomsten worden verhalen verteld over de joodse families die tot de Tweede Wereldoorlog in die huizen woonden. Voor mijn stage bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei onderzocht ik de rol van persoonlijke verhalen in nieuwe vormen van herdenken en daarvoor nam ik Open Joodse Huizen als case-study onder de loep. Ik heb het vertellen van verhalen bij de herdenkingen van Open Joodse Huizen onderzocht aan de hand van drie thema’s, namelijk: de plaats waar de verhalen worden verteld, het genre van de verhalen en het doorgeven van verhalen.

Plaats

Open Joodse Huizen vindt plaats op een locatie en een tijd. De locaties zijn huidige woningen, kerken, winkels en scholen die tot de Tweede Wereldoorlog werden bewoond door joodse families, en tijdens de herdenking zijn opengesteld voor bezoekers. Open Joodse Huizen past hiermee ten eerste bij een trend waarin lokale plaatsen in verband worden gebracht met de Tweede Wereldoorlog, we zien dit ook terug in andere projecten zoals Oorlog in mijn buurt. Ten tweede faciliteert Open Joodse Huizen hiermee een persoonlijke betrokkenheid van zowel verteller, organisatie en bezoekers met het huis in de lokale omgeving en met elkaar als buurtbewoners. Ten derde sluiten de herdenkingen aan bij de joodse traditie om het leven van de doden te herdenken in het huis van de familie. Ten vierde brengt deze plaats mensen in aanraking met een tastbaar verleden, de plek waar de mensen die worden herdacht vroeger woonden. Ten slotte faciliteert de ontmoeting persoonlijke interactie tussen de verteller en de bezoekers omdat er bijvoorbeeld vragen worden gesteld.

Niet alleen de beperkte beschikbaarheid van de locatie, maar ook de samenstelling van verteller en publiek en hun interactie zorgen voor een niet herhaalbare herdenking. Naast het tijdelijke karakter van Open Joodse Huizen komt de betekenis van de tijd ook terug in de datum waarop het project plaatsvindt. De verhalen die worden verteld tijdens de bijeenkomsten van Open Joodse Huizen vormen een invulling van de twee minuten stilte van de Nationale Dodenherdenking op 4 mei om 20:00 uur op de Dam in Amsterdam.

Verhaal

Naar aanleiding van mijn onderzoek concludeer ik dat een hybride verhaal dat bestaat uit meerdere genres het meest geschikt is om te delen tijdens nieuwe vormen van herdenken. In heb het dan over een verhaal dat in verband wordt gebracht met de algemene geschiedenis, wordt verteld vanuit het perspectief van een ooggetuige, literaire elementen bevat waarmee de luisteraar wordt geholpen om zich in iemand anders en een andere tijd te verplaatsen en geïllustreerd wordt door objecten die een levende verbinding vormen met het verleden.

Doorgeven

De verhalen over de Tweede Wereldoorlog zullen met het overlijden van de eerste generatie niet meer door ooggetuigen worden doorverteld. Toch kunnen de persoonlijke verhalen doorgegeven worden door nieuwe verhalendragers, zoals de tweede generatie en de media. Het archief kan hierbij een bron aan verhalen zijn. In de toekomst zullen dus nieuwe vertellers en bronnen samengebracht moeten worden om de verhalen door te blijven geven aan nieuwe generaties.

Annika Werkman studeerde geschiedenis en Engels aan de Universiteit Utrecht. Momenteel rondt zij haar onderzoeksmaster Comparative Literary Studies af waarmee zij zich, mede door haar stage bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei, in de Nederlandse herinneringscultuur van de Tweede Wereldoorlog specialiseert. Zij is betrokken bij de community ‘Re-Member’ van het Tilburg Cobbenhagen Center.

Category: Re-Member

June 21, 2016

Citizen science

By Tilburg Cobbenhagen Center

“Kan ik archiefonderzoek uitbesteden aan burgers? Hoe houd ik als wetenschapper voldoende ‘feeling’ met de verkregen onderzoeksdata?”

- door Liesbeth Hoeven

Cf1xem1W4AA6Hlr

‘Burger en wetenschap gaan in ondertrouw’, zo kopte dagblad Trouw op zaterdag 4 juni j.l. Aan de Universiteit van Utrecht zijn 500 vrijwilligers ingezet om data te verwerken uit het trouwarchief van Amsterdam. Geliefden die in een ver verleden het voornemen hadden om te trouwen, vulden een papier in met persoonlijke gegevens – leeftijd, beroep, namen van allebei de ouders. Het resultaat? Een half miljoen, handgeschreven, ondertrouwformulieren. Deze formulieren zijn bewaard gebleven en blijken, voor de sociale wetenschap, een prachtige bron van onderzoek. Maar hoe verwerkt een wetenschapper deze schat aan informatie in een digitale database? Kan een groep vrijwilligers, die het ontcijferen van oude handschriften en archiefstukken als vrijetijdsbesteding bezigen, uitkomst bieden?

Zonder meer! ‘Citizen science’, ofwel burgerwetenschap, is een populaire term voor de betrokkenheid van burgers bij wetenschappelijke projecten. Het onderliggende idee is dat vrijwilligers kunnen helpen bij het versnellen of vergemakkelijken van het onderzoeksdoel van een wetenschapper. In ruil voor hun inspanningen worden vrijwilligers professioneel geschoold in een bepaalde onderzoeksmethode of wegwijs gemaakt binnen een bepaald onderzoeksdomein. Een win-win situatie? De bijdrage van vrijwilligers aan wetenschappelijke projecten geeft bij alle betrokkenen voldoening; niet op de laatste plaats vanwege de bijzondere vondsten die tijdens een joint venture worden gedaan en gedeeld. Het succes van deze formule ondervond ik dit voorjaar zelf, tijdens een workshop in het Regionaal Archief Tilburg.

Samen met een groep van amateurhistorici en vrijwilligers die verbonden waren aan heemkundekringen, archieven of andere erfgoedinstellingen wilden mijn onderzoeksassistenten Daniëlle, Wessel, Arnold en ik zoveel mogelijk informatie verzamelen over specifiek één van de Tilburgse studenten die tijdens de Tweede Wereldoorlog is omgekomen. Van deze student – Nico Wolf is zijn naam – was in beginsel niets meer bekend dan een sterfdatum; te weinig informatie om zijn leven te herdenken middels een portret in een boek en op een digitaal monument (inderdaad: ons onderzoeksdoel). Tijdens de workshop kwamen we er met vereende krachten achter waar deze jonge student in kwestie is geboren en gestorven, wie zijn familie is, waar hij op school zat en ontdekten we onder andere zijn voorliefde voor puzzelen en schaken.

Het Regionaal Archief Tilburg leerde onze groep vrijwilligers meer over de verschillende online zoekstrategieën en het verifiëren van bronnen. Vanwege de enthousiaste reacties van de betrokken deelnemers en de geboekte resultaten zal de workshop dit najaar een vervolg krijgen. Er zijn nog minstens 21 Tilburgse studenten – zo weten wij inmiddels – die stierven tijdens bombardementen, verzetsactiviteiten, in concentratiekampen of aan de gevolgen van dwangarbeid. Ook zij hebben behalve een naam, ook een uniek verhaal en een gezicht. Inmiddels weet ik dat archiefonderzoek ons op het spoor kan brengen van hun nabestaanden; van familieleden, vrienden of kennissen. Op het moment dat wij vanuit de universiteit met hen in contact komen, realiseer ik me dat burgers én wetenschappers inderdaad niet in twee gescheiden werelden leven. We zijn allemaal medemens. De levensverhalen en herinneringen die nabestaanden over hun geliefden delen maken indruk op mij persoonlijk. Zo ook de officiële akten, handgeschreven brieven en foto’s die vaak generaties lang bewaard zijn gebleven.

Wanneer ik deze ‘onderzoeksdata’ onder ogen krijg en mensen hun verhaal aan mij toevertrouwen dan voel ik mij bevoorrecht als burger: ‘I love this science’!

* * *

Wekt ‘citizen science’ je nieuwsgierigheid als burger? Het Tilburg Cobbenhagen Center organiseert samen met het Regionaal Archief Tilburg in het najaar van 2016 een serie workshops, die in het teken staan van het universitaire gedenkproject ‘Vrijheid doorgeven’. Meer informatie is binnenkort beschikbaar op de website van het Tilburg Cobbenhagen Center en het Regionaal Archief Tilburg. Een verslag van de try-out – een eerste workshop die we organiseerden – lees je in deze brochure: http://jil.st/symposiumbundel

Heeft ‘citizen science’ je wetenschappelijke interesse? De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen organiseerde op 16 juni 2016 een conferentie over de praktische consequenties van ‘citizin science’. Zie voor meer informatie: https://www.knaw.nl/nl/actueel/agenda/citizen-science

Category: Re-Member

May 17, 2016

Een 5voor5-moment

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Arnold van der Werff

Wanneer denken mensen in Tilburg of in Nederland nu eigenlijk na over vrijheid, want het is toch een recht van iedereen? Twee weken geleden stond het thema vrijheid centraal bij het jaarlijkse bevrijdingsfestival. Het thema van deze en de komende vier edities is ‘Geef vrijheid door’, wat mooi aansluit bij het gedenkproject van het Tilburg Cobbenhagen Center. Behalve dat deze festivals een moment zijn om vrijheid te vieren met artiesten als ambassadeur van de vrijheid, was er dit jaar een bijzonder 5voor5-moment.

Op dit tijdstip – 16:55 uur – werd op bevrijdingsfestivals landelijk vijf minuten stilgestaan bij onze vrijheid en bij de onvrijheid van anderen op de wereld. De organisatie van de bevrijdingsfestivals hadden namelijk bedacht om op elk festival vluchtelingen te laten spreken. Deze vluchtelingen kwamen door oorlog of strijd in eigen land met gevaar voor eigen leven naar Nederland, in de hoop hier een beter leven te leiden. Eén van de vluchtelingen die in Nederland op het podium stond, was vluchteling Zakwan Alhalabi, die door het televisieprogramma Eén Vandaag gevolgd werd tot aan zijn 5voor5-moment op het bevrijdingsfestival van Zwolle.

Tijdens de reportage merk ik hoe zwaar hij het heeft om te praten over de situatie in zijn thuisland Syrië, mede omdat hij daar veel vrienden en familie heeft verloren en het feit dat zijn gezin, zijn familie nog in Syrië zit. Wat mij het meeste intrigeerde in dit verslag was het moment dat Zakwan Alhalabi op het enorme podium in Zwolle stond en in het Nederlands zei: ‘Ik geef vrijheid door.’ Hij gunt, ondanks zijn eigen situatie, iedereen vrijheid en hoewel wij dat allemaal doen, weet iemand als Zakwan écht wat het verschil tussen vrijheid en onderdrukking of oorlog is.

Alle 19 in de Tweede Wereldoorlog omgekomen studenten van Tilburg University hebben dit verschil zelf ook ervaren. Zij hebben meegemaakt hoe het is om in een vrij en later onderdrukt Nederland te leven, waarbij ze voor enorm lastige en moeilijke situaties hebben gestaan. Door onderzoek te doen naar hun levens en te achterhalen wat de rode draad in hun leven is geweest, ben ik zelf des te meer gaan nadenken over wat vrijheid nu eigenlijk voor mij betekent. Wat houdt dit ogenschijnlijk eenvoudige thema in voor mij?

Het verhaal van Zakwan Alhalabi maakt op een bijzondere manier duidelijk hoe het is om in vrijheid te zijn en dat dit iets anders is dan in vrijheid te leven, wetende dat jouw familie nog in het gebied zit dat jij bent ontvlucht. Hij is vrij, maar wordt eigenlijk gebonden door de onderdrukking van zijn familie. Vrijheid houdt voor mij dan ook in: ‘Leven in een omgeving waarbij je naasten en jij in dezelfde, vrije situatie leven waarin men kan doen en laten wat men wil en waarin het bouwen van een leven zonder onderdrukking mogelijk is.’

De waarde van vrijheid wordt namelijk pas echt duidelijk wanneer wij actief bezig zijn met dit thema. Dit geldt zowel voor de overleden Tilburgse studenten tijden de Tweede Wereldoorlog, als voor de huidige studenten op de campus, als voor de vluchtelingen die vanwege onderdrukking en oorlog genoodzaakt zijn om weg te gaan uit hun vertrouwde omgeving. Laat die bijzondere 5voor5-momenten, in aanloop naar bevrijdingsdag 2017, maar komen!

Meer weten? Voor de reportage met Zakwan Alhalabi in Eén Vandaag, zie: http://binnenland.eenvandaag.nl/tv-items/66919/hoe_beleeft_een_vluchteling_bevrijdingsdag_

Category: Re-Member

April 25, 2016

Uit de slachtofferrol

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Wessel Kouw

Het Regionaal Archief Tilburg organiseerde op 21 april 2016 een middag die in het teken stond van Joden in Brabant tijdens de oorlog: “Omdat we weten van hun lot”. Een dag vol mooi verhalen van inspirerende onderzoekers en andere geïnteresseerden. Van alles wat er die dag is gezegd, is een ding me het meest bijgebleven: “mensen uit de slachtofferrol halen”. Deze woorden vatten wat mij betreft goed samen waar het digitale herdenkingsmonument van Tilburg University over gaat.

De studenten die we herdenken zijn meer dan een naam, een jaartal en een adres. Het zijn mensen, elk met hun eigen gezicht, eigen emoties en hun eigen verhalen. Het lot overkwam hen, maar het bleven individuen met hun eigen keuzevrijheid. Wie waren zij en waarom maakten ze de keuzes die ze maakten? Zelf kunnen ze hun verhalen niet meer vertellen, maar door zo veel mogelijk informatie over hen te verzamelen proberen we ze weer een gezicht te geven. Zo hebben we onderzoek gedaan in het archief van T.S.C. st. Olof naar hoe het verenigingsleven er ten tijde van oorlog uit zag. Veel foto’s zijn er niet, maar brieven en notities geven een inkijkje in het studentenleven van die tijd. Tussen de formele zinnen en woorden proef je de emoties: woede, vastberadenheid, maar ook angst en verdriet: “Onderzoek op ooghoogte”.

Ik heb me aan dit project verbonden omdat ik het goed vind om stil te staan bij wat het betekent om student te zijn. Te snel nemen we de wereld om ons heen voor lief. De universiteit bestudeert niet alleen de samenleving, maar is daar zelf ook een wezenlijk onderdeel van. Dat betekent ook dat een zeker mate van betrokkenheid gepast is.

In zijn pamflet ‘Broederschap’ betoogt Eurocommissaris Frans Timmermans dat de grote problemen in de wereld te herleiden zijn tot een gebrek aan verbondenheid. We zouden niet meer open staan voor elkaars ideeën en verhalen. Wanneer we echt naar elkaar luisteren kunnen we elkaar begrijpen of in ieder geval een dialoog aangaan. Het project Vrijheid Doorgeven ligt wat mij in het verlengde van die visie. Samen in gesprek over vrijheid, en wat dat betekent voor het studentenleven. Zoals gezegd kunnen we niet meer in gesprek met de studenten die in de oorlog zijn gesneuveld. We kunnen ons wel openstellen voor hun verhalen en daar van leren.

Er wordt misschien beknibbeld op de financiële ondersteuning, maar nog steeds hebben we de vrijheid om ons als individuen te ontwikkelen. Zijn we ons daar wel van bewust en wat doen we eraan om deze vrijheid te koesteren? De internationale studentenpopulatie van Tilburg University herbergt ongetwijfeld mooie verhalen van mensen voor wie vrijheid niet altijd zo vanzelfsprekend was. Hoe kijken zij naar de studentencultuur in Tilburg?

Een hoop vragen waar ik je geen direct antwoord op kan geven. Door de komende tijd veel onderzoek te verrichten en in gesprek te gaan met mede-studenten hoop ik een aanzet te kunnen geven. Mocht je daaraan willen bijdragen hoor ik het graag.

 

Wilt u meer informatie over het digitale herdenkinsmonument van Tilburg University? Zie: www.tilburguniversity.edu/vrijheiddoorgeven & twitter.com/gedenkvrijheid

 

Category: Re-Member

March 25, 2016

Kikker en de vreemdeling

By Tilburg Cobbenhagen Center

-  door Liesbeth Hoeven

1001004002410603

‘Heb je dat gezien? (…) Wat komt die nou doen? (…) Wat is het er voor een?’ Met deze dialoog opent het kinderprentenboek Kikker en de vreemdeling (1993). Hierin vertelt de Nederlandse schrijver en tekenaar Max Velthuijs het verhaal over een Rat die bij de andere dieren in het bos komt wonen. Varkentje, Eend en Haas zijn sceptisch over de komst van de vreemdeling in hun midden. Ratten stinken, stelen, zijn brutaal en lui. Kikker zet zijn vooroordelen opzij en besluit de nieuwkomer op te zoeken.

Rat heeft voor zichzelf aan de rand van het bos een fijne plek gemaakt om te wonen. Hij kookt eten op een vuurtje naast zijn tent en timmert een tafel en een bank. Kikker vindt Rat aardig en raakt met hem bevriend. ‘Je moet niet met zo’n smerige rat omgaan’, zegt Varkentje boos. Rat is duidelijk ‘anders’. Kikker vindt dit een vreemde gedachte: ‘We zijn toch allemaal anders’? ‘Nee, wij horen bij elkaar’, zegt Varkentje beslist. Maar het duurt niet lang voordat Varkentje en de andere dieren overtuigd raken van de goede bedoelingen van Rat. Wanneer het huis van Varkentje afbrandt, is Rat er om het vuur te doven en de schade te herstellen. Wanneer Haas uitglijdt in het water van de rivier, redt Rat hem van de verdrinkingsdood. Na deze heldendaden organiseert Rat allerhande leuke activiteiten – een speurtocht en een picknick – voor de dieren in het bos. De dieren zijn het erover eens:

Rat mag blijven.

‘Velthuijs is een meester in het vinden van kleine vormen voor grote thema’s’, zegt kinderboekenrecensente Bregje Boonstra. De verhalen die hij schrijft zijn uit het leven gegrepen, zo ook Kikker en de vreemdeling. Begin jaren negentig hoorde Velthuijs op het nieuws dat er in Duitsland huizen van migranten en asielzoekerscentra in brand werden gestoken. Even terug in de tijd: kort na de Tweede Wereldoorlog, na de val van het nazi-regime, was er een progressieve asielwet ingesteld in West-Duitsland. Deze wet riep na de hereniging met Oost-Duitsland echter een golf van racistisch geweld op. Bij de racistische rellen die in het land ontstonden, gericht tegen vluchtelingen en migranten, vielen honderden slachtoffers.

De ontstane situatie riep bij Max Velthuijs de herinnering op aan de radiorede tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin Hitler de Joden stigmatiseerde als ratten die de wereld vervuilden en uit de weg geruimd moesten worden. Vanuit zijn compassie met de vervolgenden, besloot Velthuijs zijn volgende kinderprentenboek aan dit thema te wijden. Zij het dat hij de rollen in zijn verhaal dat moest gaan over de uitsluiting van vreemdelingen, nu radicaal wilde omkeren: de Rat kreeg een heldenrol toegedicht – een vreemdeling zou geen brand stichten maar deze blussen.

Als een vreemdeling heeft bewezen het goede te doen, niets dan het goede, kan deze worden toegelaten tot een gemeenschap. Een gemeenschap die het uitbannen van het kwaad tot een van haar drijfveren maakt? Als dit de moraal van het verhaal is, dan heeft Max Velthuijs de beginselen van racistisch geweld niet doorzien, denk je als lezer. Maar het verhaal gaat verder. Voor Rat is het welslagen van zijn opdracht juist een reden om zijn tent af te breken, zijn rugzak in te pakken en weer te vertrekken. Hij was zozeer deel geworden van de begrensde gemeenschap met de dieren in het bos, dat hij zijn gevoel van vrijheid verloor. Rat vervolgt zijn reis naar een land waar hij nooit eerder is geweest, naar dieren die hij nooit eerder heeft ontmoet: waar hij even vreemd is voor de ander als de ander vreemd is voor hem. Naar een land, waar hij zijn verhalen kan vertellen over de avonturen op zijn verre reizen. ‘Want hij had veel meegemaakt’.

Zijn nieuwe vrienden? Die laat Rat verdrietig achter. Zij blijven op het niveau van verbeelding met hem verbonden en weten zo hun eigen begrensdheid te doorbreken. Zij houden de herinnering aan Rat levend. Via de lege bank in het bos, waar zijn verhalen nog iedere avond worden gedeeld. Waar een begrensde gemeenschap zich laat leiden door het denken in termen van in- en uitsluiting – wie horen bij ons en wie niet? –, gaat een verbeelde gemeenschap de confrontatie aan met verhalen die verder reiken dan de eigen grenzen. Het is deze confrontatie die het Tilburg Cobenhagen Center aan het denken zet, nu ons gevraagd is mee te werken aan het in beeld brengen van de verhalen van vluchtelingen die momenteel in Tilburg worden opgevangen op de locatie Professor Cobbenhagenlaan.

Zie verder:

M. Velthuijs, Kikker en de vreemdeling, Amsterdam 1993.

M. Velthuijs, ‘Sprookjes in prentenboeken’, in H. Van Lierop-Debrauwer e.a. (red.), Zo goed als klassiek. Klassieke (jeugd)literatuur, Den Haag 1995.

P. Mooren, ‘Ontluikende moraliteit en de fabels van Max Velthuijs’, in P. Mooren e.a. (red.), Morele verbeelding. Normen en waarden in de jeugdcultuur, Tilburg 1999.

Category: Re-Member

March 14, 2016

‘De man in het hoge kasteel’: vrijheid versus onderdrukking

By Tilburg Cobbenhagen Center

- door Daniëlle Spierings

Beste lezer,

Stel je eens voor dat:

1) Goede vrienden, kennissen en familieleden zijn ondergedoken. Jij kunt gelukkig nog relatief veilig de straat op. Diep in je tas zit een geheime brief verstopt en voedselbonnen voor onderduikers. Eenmaal onderweg slaat plotseling je hart een slag over, even verderop voert de politie een controle uit. Keer je om naar huis en laat je hen die op jou rekenen honger lijden of riskeer je een route langs de bezetters?

2) Iemand die je lief hebt drukt een pakketje in je handen: ‘Verstop dit goed’ zegt hij/zij. Nog in verwarring door dit abrupte afscheid, zie je dat de politie het vuur opent op je vriend die vergeefs probeert te vluchten. Jij rent voor je leven en eenmaal thuis sta je voor een dilemma: meld je je bij de autoriteiten met het verdachte pakketje of bescherm je hetgeen waarvoor je dierbare net zijn of haar leven heeft gegeven?

Zeg eens eerlijk, welke keuzes zou jij maken?

Pittig hé?  Wees gerust, hoogstwaarschijnlijk wordt je in je dagelijks leven niet geconfronteerd met dergelijke scenario’s: dilemma’s als deze komen in Nederland anno 2016 alleen voor in fictieve series zoals  ‘the Man in the High Castle’.

De serie geeft de complexiteit en spanning van keuzevrijheid op ingenieuze wijze weer. Het verhaal speelt zich af in een wereld parallel aan die van ons, waarin niet de geallieerden maar het nazi-regime en het Japanse rijk de overwinnaars zijn van de Tweede Wereldoorlog (zie de trailer beneden). De serie volgt een aantal jong volwassenen die in deze wereld  voor een hoop dilemma’s staan waar wellicht onze grootouders en overgrootouders ook ooit mee werden geconfronteerd.

Eén van de meest interessante aspecten van de serie zijn de illegale films die ‘de man in het hoge kasteel’ (De mysterieuze filmmaker) laat zien. De films tonen namelijk het beeld van ónze wereld: een vrije wereld waarin het nazi-regime viel en de geallieerden hebben overwonnen. Het lonkende perspectief van een betere wereld die uit deze filmbeelden spreekt, zet Juliana (één van de hoofdpersonages in de serie) en andere personages aan tot een steeds groter verzet. De situatie van onderdrukking waarin zij zich feitelijk bevinden, staat in fel contrast met een samenleving waarin hun vrijheid gewaarborgd zou zijn. Heel even kunnen de personages zich voorstellen hoe het leven eruit zou zien in een wereld als die van ons, waarin de oorlog een andere afloop kende en de geschiedenis een andere wending nam.

Omdat onze wereld zó enorm verschilt van het werkelijke leven van de personages in de serie, worden zij aangespoord om keuzes te maken die ze anders niet voor mogelijk hadden gehouden. Zo is het Juliana’s eerste reactie om rechtstreeks met de film naar de autoriteiten te stappen, maar zij besluit na het zien van de film deze terug te geven aan de mensen in het verzet.

Door het bewustzijn van het verschil tussen de eigen realiteit en de realiteit van de ander, kan het maken van keuzes in situaties van (on)vrijheid in een ander licht komen te staan. Waar de films van de man in het hoge kasteel een vrije wereld tonen zodat de personages zich gaan verzetten tegen onderdrukking, brengt het gedenkproject een samenleving in onderdrukking in beeld om ons bewustzijn rondom vrijheid te vergroten. Een interessant contrast!

Nu even tussen jou en mij – was je er al uitgekomen met die dilemma’s? Wellicht helpt het kijken van een serie je op weg!

Category: Re-Member

February 1, 2016

Nooit meer Auschwitz: een hoopvol verhaal

By Tilburg Cobbenhagen Center

Vorige week, op woensdag 27 januari 2016, vond in Amsterdam de dertiende ‘Nooit Meer Auschwitz Lezing’ plaats. Een jaar eerder verdedigde Liesbeth Hoeven aan Tilburg University haar proefschrift ‘Een boek om in te wonen. De verhaalcultuur na Auschwitz’ (Uitgeverij Verloren, 2015). Voor het Tilburg Cobbenhagen Center beantwoordt zij de vraag wat haar lezing is van deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis.

.

.

.

.

- door Liesbeth Hoeven

In de roman De bibliothecaresse van Auschwitz tekent journalist Antonio Iturbe het waargebeurde verhaal op van Auschwitz overlevende Dita Dorachova. In het concentratiekamp beheert dit veertienjarige meisje een kleine bibliotheek. Deze bibliotheek bestaat uit ‘acht papieren boeken en een half dozijn levende boeken’. Met ‘levende boeken’ worden de mensen bedoeld die de inhoud van de boeken aan de kinderen vertellen; de verhalen die hen meevoeren naar een denkbeeldige wereld buiten het kamp. De roman van Iturbe laat zien dat de verhaalcultuur die bestond in aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog, minstens zo dynamisch was als de verhaalcultuur waarmee we de oorlog na afloop in herinnering bewaren. In de periode dat Europa na de machtsgreep van Hitler werd ingericht als dictatuur circuleerden er samenleving breed gelijktijdig twee typen verhalen, die ik ontleen aan de verhaaltheorie van de Amerikaanse filosofe Hilde Lindemann Nelson.

Master narrative en counterstories

De opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland bracht enerzijds een master narrative voort, dat over de landsgrenzen heen een culturele praktijk van onderdrukking genereerde. De heersende ideologie van dit totalitaire regime werd gepresenteerd als enige uitweg naar een betere toekomst. Men geloofde dat de utopie van het nazisme een revolutionaire omschakelijking zou betekenen naar een nieuwe tijd en een nieuwe mensheid. De strijd om het goede leven zou gewonnen worden, zo was de overtuiging, wanneer het kwaad zou worden uitgebannen. Tegenstanders werden tot buitenstaanders gemaakt en vervolgens vernietigd. Dit dualistische uitsluitingsmechanisme werd niet alleen door het geldende master narrative gelegitimeerd: aanhangers van het naziregime waren er stellig van overtuigd dat het scheppen van een nieuwe eenvormige gemeenschap de weg vooruit betekende.

Het bieden van weerstand aan de vernietigende ideologie van de nazi’s was slechts in zeer beperkte mate mogelijk, maar werd niet nagelaten. Het verzet kreeg op brede schaal vorm onder mensen die zich niet konden of wilden rekenen tot de eenheid van gelijkgestemden die de nazi’s voor ogen hadden. In reactie op het onderdrukkende master narrative ontstonden er in deze tijd anderzijds de zogenoemde counterstories. Deze verhalen boden een tegenstem aan de logica die de nazi-ideologie voortdreef en tot destructieve maatregelen voerde. De industrieel georganiseerde en miljoenvoudige moord werd echter uitgevoerd als een logistieke operatie, die alleen op microniveau tegenwerking duldde. Terwijl de oorlog voortwoedde was bevrijding van het onderdrukkende master narrative feitelijk onmogelijk. Slachtoffers van het naziregime waren van deze ongelijke en bij voorbaat verloren strijd doordrongen. Het weerhield menigeen er echter niet van de strijd om het goede leven, te midden van alle geweld en dood, te blijven voeren.

Wat de counterstories in oorlogstijd kortom typeerde, is dat zij braken met het dualistische uitsluitingsmechanisme dat aan het onderdrukkende master narrative ten grondslag lag. Zij stelden de tweedeling die de wereld en de mensheid in goed en kwaad verdeelden onder kritiek. Het verhaal van Anne Frank is hiervan bij uitstek een symbool geworden. Zij koesterde een onverwoestbaar geloof in een betere wereld en werd daarom na de oorlog een inspiratiebron voor velen. Haar protest wordt zichtbaar in het feit dat zij die in de ogen van de nazi’s tot het kwaad behoorde, zich de visie op het goede leven niet liet ontnemen. Haar verhaal dat het geloof in een betere wereld bewaarde, zou van betekenis zijn als de oorlog voorbij was. Als haar leven niet gered kon worden, zo was Annes inzet, dan zou zij minstens een bijdrage kunnen leveren aan de toekomst. Deze toekomst bleef voor haar en vele anderen uit, maar haar bijdrage heeft doorgewerkt.

Optimisme versus hoop

In de wetenschap dat de periode van vervolging uitliep op de Grote Vernietiging hebben de counterstories die de oorlogsslachtoffers de wereld in brachten een diep tragische betekenis gekregen. Datgene wat door de slachtoffers van het nazisme tijdens hun vervolging gemist werd, kreeg onder hen vorm als een toekomstig verlangen. Door de vernietiging die op de vervolging volgde, zou dit verlangen echter nooit worden vervuld. De idealen en ideeën die men na de oorlog in vrijheid wilde uitdragen en nader vormgeven, bleven niet ingeloste beloften. Deze tragiek van het niet-maakbare vooruitgangsgeloof van de oorlogsslachtoffers brengt ons in al zijn tegenstrijdigheid, zo meen ik, tot de kern van het begrip ‘hoop’.

Binnen een maakbaar vooruitgangsgeloof leeft men in de veronderstelling in het bezit te zijn van de vrijheid en de mogelijkheid om het leven en de toekomst naar eigen inzicht vorm te geven. Veranderingen die voorspoed beloven, worden niet alleen aangekondigd maar daadwerkelijk doorgevoerd in het hier en nu. Men denkt en handelt in berekenende toekomstperspectieven en is er stellig van overtuigd de wereld tot de beste van alle mogelijke werelden te maken. Dit ‘optimistische vooruitgangsgeloof’ ligt aan de basis van ideologieën als het nationaalsocialisme. De tragische gevolgen van dit maakbare geloof in vooruitgang zijn ons bekend. Een van de manieren om weerstand te beiden aan een vernietigend regime is het creëren van een niet-maakbaar geloof in vooruitgang. Dit geloof ontstaat bij mensen die van de heersende ideologie worden uitgesloten en veroordeeld zijn te leven in onderdrukking en marginalisering. Niet alleen de vrijheid om het leven naar eigen inzicht vorm te geven, is hun ontnomen, ook het recht op een toekomst wordt hun ontzegd. Van een optimistisch vooruitgangsgeloof kan in dit geval onmogelijk sprake zijn. Men blijft daarentegen hoopvol gestemd.

Als Dita Dorachova, in de roman van Iturbe, zichzelf hardop afvraagt hoe het met haar en de andere kinderen in het kamp zal aflopen, antwoord haar tante: ‘De nazi’s kunnen ons huis, onze bezittingen, onze kleren en zelfs ons haar van ons afnemen, maar onze hoop kunnen ze ons niet afnemen. Die is van ons. Die kunnen we niet verliezen’. Het ontbreekt de slachtoffers van een onderdrukkend regime aan een concreet toekomstperspectief, maar niet aan toekomstverwachting. Dat wat in het leven tot mislukken is gedoemd, in gebreke blijft of gemist wordt, wordt binnen een niet-maakbaar vooruitgangsgeloof uitgezet als een toekomstig verlangen. Veranderingen die het leven en de wereld beter kunnen maken, vormen een belofte die bewaard blijft voor de toekomstige generatie. De actuele uitspraak ‘Nooit meer Auschwitz’ is van deze hoop doordrongen.

Zie ook: A. Iturbe, De bibliothecaresse van Auschwitz, Amsterdam 2013, pp. 289-290/ 320-321 (oorspr. uitg. La Bibliothecaria de Auschwitz, Barcelona 2012).

Category: Re-Member

January 22, 2016

Crowdfundingactie Vrijheid doorgeven: een terugblik

By Tilburg Cobbenhagen Center

Op 9 november 2015 startte het Tilburg Cobbenhagen Center, met hulp van het Alumni Office van Tilburg University, een Crowdfundingcampagne ‘Vrijheid doorgeven’ voor de financiering van een digitaal monument ter nagedachtenis van de omgekomen Tilburgse studenten in de Tweede Wereldoorlog en de verbintenis daarvan met het heden. Inmiddels loopt de crowdfunding periode tot zijn einde en blikken we graag even terug op alle reacties, gebeurtenissen en ervaringen die wij op hebben gedaan tijdens dit bijzondere traject.

IMGP6409

De crowdfundingcampagne had een vliegende start met een kick-off op 9 november 2015. Tijdens de kick-off presenteerden we onze promotiefilm, spraken wij over het belang van het opzetten van een digitaal monument en kregen de kaarsen voor de omgekomen Tilburgse studenten in de Tweede Wereldoorlog, tezamen met hun foto, een eervolle plaats in de vitrine van de Cobbenhagen foyer.

De kick-off gaf niet alleen het startsein voor het werven van fondsen voor het digitaal monument, maar bleek ook ruimte te bieden voor de uitwisseling van de vele verhalen over vrijheid verbonden met Tilburg University. Na het officiële programma, tijdens een borrel, spraken wij met nabestaanden van omgekomen studenten en deelden ook de huidige studenten hun perspectief op vrijheid en de gebeurtenissen van de hogeschoolgemeenschap Tilburg in oorlogstijd. Zo was bijvoorbeeld het huidige bestuur van TSC Olof aanwezig om hun oud-leden te eren. Naar aanleiding van de kick-off reflecteerde ook Prof.dr. Erik Borgman (directeur TCC) zelf over de rol van de regionale oorlogsgeschiedenis en zijn eigen plaats in de geschiedenis na de Tweede Wereldoorlog in deze persoonlijke column.

VrijheidDoorgeven5_09November2015

De gesprekken met mensen van de universitaire gemeenschap toen en nu, kregen sindsdien een vervolg. Het onderzoeksteam ontving een groot aantal emails en reacties naar aanleiding van de crowdfundingcampagne van nabestaanden, studiegenoten, en mensen die zelf in de Tweede Wereldoorlog aan de hoogeschoolgemeenschap Tilburg hebben gestudeerd. TCC projectmanager/onderzoeker Dr. Liesbeth Hoeven schreef over één van hen een artikel in het Alumnimagazine Until, waarin oud-student Frans Linders (93) zijn verhaal vertelt over het (studenten)leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook huidige studenten wilden graag hun verhaal kwijt. Daniëlle Spierings MsC (TCC onderzoeks-assistent) interviewde Mohammed Elizoloy Adam, Global Law student en vluchteling uit Darfur, over wat vrijheid voor hem betekent in relatie met zijn ervaringen in gevangenschap en mensenrechtenschendingen in zijn thuisland.

Op de universiteitscampus werd een levendige discussie gestimuleerd en de campagne breed onder de aandacht gebracht via presentaties die Liesbeth hield bij de Najaarsbijeenkomst van de Vrienden van Cobbenhagen op 26 november 2015 en bij het seminar van het Departement Cultuurwetenschappen (Tilburg School of Humanities) op 3 december 2015. De trend over het delen van verhalen over vrijheid werd onder niet alleen onder medewerkers maar ook onder studenten gestimuleerd in de vorm van het ‘Poetry for Freedom’ evenement, op 9 december 2015. In samenwerking met campusdichter Chiara Raucea daagden wij de universitaire gemeenschap uit om gedichten te komen schrijven over vrijheid.

poetry for freedom

In de tussentijd werd er ook in de regionale media aandacht besteed aan ons Crowdfundingproject in het stadnieuws Tilburg, in de Univers, en werd het project breed gedragen op de voorpagina van Omroep Tilburg. Ook zelf publiceerde wij een aantal blogs op onze weblog; ‘Infographic Crowdfunding’, ‘Waarom Crowdfunding’, ‘Verborgen verhalen’, en ‘Gezichten van Vrijheid op de Tilburg University Campus’. Daarnaast is er uiteraard ook actief getwitterd over de voortgang van het gedenkproject.

Wellicht het meest bijzondere evenement dat het TCC organiseerde tijdens de crowdfunding campagne was de ‘vrijheidskaartjes’ actie. Tijdens deze actie kregen medewerkers en studenten van Tilburg University kaartjes uitgereikt met de vraag ‘Wat betekent vrijheid voor jou?’. Honderden kaartjes kwamen retour vol met inspirerende en ontroerende boodschappen en verhalen over vrijheid. De ingevulde kaartjes werden, met hulp van de leden van TSC Olof, opgehaald en vervolgens in de kerstboom gehangen op de Tilburg University Campus. Een prachtig symbool van vrijheid tijdens de feestdagen!

kerstblog fotos

Via de Crowdfundingactie haalden wij in tweeënhalve maand tijd maar liefst bijna een derde van ons doelbedrag op: 4965 euro, een heel mooi resultaat! Uiteraard gaan wij door met het werven van fondsen om het digitaal monument te kunnen financieren. Hoe het digitaal monument er concreet uit komt te zien, dat weten wij evenmin nog als jullie. Samen met het Departement Communicatie en Informatiewetenschappen diende het TCC een aanvraag in voor een TSH Research Grant en deze aanvraag is gehonoreerd. Dat betekent dat wij voor de ontwikkeling van het digitaal monument op de campus in 2016 ondersteuning krijgen van twee extra onderzoeks- assistenten.

De onderzoeks-assistenten ontwikkelen, idealiter in combinatie met een eigen afstudeerproject over digitale en visuele ‘storytelling’, ideeën over de inhoud en vorm van het digitaal monument. Zij leggen en onderhouden contact met een professioneel software bedrijf dat het digitaal monument zal ontwikkelen en zijn medeverantwoordelijk voor het aanleveren van de inhoudelijke informatie voor het monument. Het opzetten en uitvoeren van een interviewproject op de universiteitscampus, waarin huidige studenten gevraagd wordt naar hun ideeën over vrijheid en hun ervaringen met oorlog en conflict, maakt hiervan deel uit. Deze verhalen worden door de onderzoeksassistenten verbonden met verhalen van onze oud-studenten in 1940-1945 en krijgen een plaats in het interactieve digitale monument.

Op onze Crowdfunding website houden we u graag op de hoogte van de actuele stand van zaken.

Met trots en dankbaarheid,

Het Tilburg Cobbenhagen Center Crowdfunding Team:

Erik Borgman, Liesbeth Hoeven, Daniëlle Spierings

Category: Re-Member

Tilburg Cobbenhagen Center

Het Tilburg Cobbenhagen Center stimuleert het gesprek over onderwerpen waarin de identiteit en missie van Tilburg University – 'Understanding Society' – tot uitdrukking komen en onderzoekt de betekenis daarvan in de hedendaagse academische context en samenleving.

Hiertoe brengen we in 'Communities of Practice' praktijkbeoefenaars, bestuurders en wetenschappers samen, zoeken we aansluiting bij waardendebatten die in de samenleving spelen en formuleren we onderzoeksvragen die van maatschappelijke meerwaarde zijn.

Op dit weblog lees je vanaf 26 september 2016 - de dag dat onze geheel vernieuwde website wordt gelanceerd - wat medewerkers van het Tilburg Cobbenhagen Center en onze interne en externe samenwerkingspartners zoal bezig houdt!

www.tilburguniversity.edu/
cobbenhagencenter

Communities of Practice